Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 26 november 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:10211
Feiten
Werknemer is op 15 maart 2013 in dienst getreden bij Turistik Hava Tasimacilik A.S. (hierna: Turistik Hava), laatstelijk in de functie van gezagsvoerder. Nadien zijn meerdere arbeidsovereenkomsten voor zowel bepaalde als onbepaalde tijd overeengekomen. In enkele arbeidsovereenkomsten wordt Antalya aangewezen als thuisbasis en in andere Amsterdam. In de laatste door partijen gesloten arbeidsovereenkomst staat ten aanzien van het onderwerp recht en rechtsmacht dat het Turkse recht van toepassing is en de Turkse rechter bevoegd is. In februari 2020 heeft werknemer aangegeven in verband met persoonlijke omstandigheden in maart 2020 niet in India te willen vliegen. Turistik Hava heeft dit verzoek geweigerd, maar aangegeven dat werknemers tweede optie onbetaald verlof (UVAC) is. Werknemer heeft hierop gereageerd met de mededeling dat hij voor de tweede optie kiest. In maart heeft Turistik Hava aan werknemer geen salaris betaald. In de maanden mei 2020 tot en met oktober 2020 heeft Turistik Hava aan werknemer niet het volledige salaris betaald, maar wel betalingen verricht ten titel van loon en overheidsbijdrage. Bij e-mail van 1 april 2020 heeft werknemer Turistik Hava verzocht om een oplossing met betrekking tot het niet betaalde salaris. Bij e-mail van 22 september 2020 heeft Turistik Hava aan werknemer geschreven dat er een ernstige afname in vluchten is en dat werknemer per 1 oktober 2020 met onbetaald verlof wordt gestuurd. Werknemer heeft daarop gereageerd met het verzoek om overheidssteun bij het UWV aan te vragen. Turistik Hava heeft werknemer geïnformeerd dat hij niet voor Nederlandse overheidssteun in aanmerking komt, vanwege zijn Turkse arbeidsovereenkomst. Werknemer vordert dat Turistik Hava veroordeeld wordt tot betaling van het volledige loon over de periode maart 2020 tot 1 oktober 2020.
Oordeel
Bevoegde rechter en toepasselijk recht
De kantonrechter is van oordeel dat Schiphol en dus Nederland als plaats/staat moet worden aangemerkt waar of van waaruit werknemer gewoonlijk werkt, zodat de Nederlandse rechter bevoegd is. Zo stelt werknemer dat hij zijn diensten aanvangt en eindigt op Schiphol en dat hij zich daar moet aan- en afmelden. Ook is Nederland de staat waar werknemer zijn instructies ontvangt en zijn werk organiseert. De informatie werd tot medio 2019 geprint overhandigd en daarna digitaal verstrekt. Dat deze digitale instructies vanuit Antalya werden verstrekt, zoals Turistik Hava stelt, weegt de kantonrechter neutraal mee. Daarnaast is Schiphol de plaats waar de arbeidsinstrumenten zich bevinden. Met betrekking tot het toepasselijk recht overweegt de kantonrechter dat het recht van het land waar of van waaruit werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht van toepassing is. Zoals hiervoor is vastgesteld is dat Nederland zodat Nederlands recht van toepassing is. Turistik Hava heeft echter aangevoerd dat sprake is van een nauwere band met Turkije, omdat werknemer in Turkije belastingen en premies betaalt, zijn salaris overeenkomstig de schalen in Antalya is vastgesteld en het salaris op een Turkse rekening wordt gestort. Werknemer heeft daarentegen aangevoerd dat hij in Nederland een gespecialiseerde zorgverzekering heeft en in Nederland belasting betaalt, hetgeen door Turisitik Hava niet is weersproken. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat Turistik Hava niet aannemelijk heeft gemaakt dat de arbeidsovereenkomst nauwere banden heeft met Turkije. Ook het feit dat werknemer door ondertekening van zijn arbeidsovereenkomst de toepasselijkheid van Turks recht heeft geaccepteerd is onvoldoende, omdat de rechtskeuze er niet toe mag leiden dat werknemer de bescherming verliest die hij geniet op grond van de Nederlandse dwingendrechtelijke bepalingen.
Loonvordering
Werknemer legt aan zijn vordering ten grondslag dat Turistik Hava verplicht is het overeengekomen salaris te betalen en dat het niet, althans minder, werken (als gevolg van de coronapandemie) een omstandigheid is die voor rekening en risico van Turistik Hava komt. Voorgaande is door Turistik Hava niet gemotiveerd betwist. Turistik Hava heeft wel verweer gevoerd tegen (de hoogte van) het gevorderde salaris over maart en april 2020, omdat werknemer in maart 2020 onbetaald verlof heeft opgenomen. Werknemer stelt dat hij dit niet vrijwillig heeft opgenomen. De kantonrechter overweegt dat niet is gebleken dat de werkzaamheden in India in maart 2020 samenhangen met de coronapandemie en dat, gelet op de e-mail van 24 februari 2020, hij van oordeel is dat het niet in voldoende mate waarschijnlijk is dat het gevorderde salaris over maart 2020 in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voorts heeft Turistik Hava verklaard dat op het salaris van april 2020 een bedrag in mindering is gebracht vanwege in februari 2020 te veel betaald daggeld. Werknemer heeft dit niet betwist, maar enkel verklaard dat het voor hem op basis van de salarisstroken moeilijk is op te maken uit welke bestanddelen het salaris is opgebouwd. Gelet hierop zal dit deel van de vordering worden afgewezen. Gelet op het voorgaande zal de hoofdsom, met uitzondering van het salaris over maart en de inhouding van april worden toegewezen.