Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 25 november 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:9401
Feiten
Werkneemster is sinds 1998 werkzaam bij Recreatieprojecten Limburg op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Sinds 1 februari 2016 is werkneemster in dienst bij (rechtsopvolger) Speelautomatenhal Schinveld B.V. Op 7 april 2016 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Per 5 april 2018 is de loondoorbetalingsverplichting van Speelautomatenhal Schinveld geëindigd en heeft het UWV aan werkneemster een IVA-uitkering toegekend. Het dienstverband van werkneemster is niet automatisch geëindigd, maar wel heeft zij een eindafrekening ontvangen. Werkneemster geeft via haar gemachtigde aan bereid te zijn mee te werken aan beëindiging van het dienstverband, mits dan wel de transitievergoeding correct wordt betaald. Nadat Speelautomatenhal Schinveld op meerdere berichten van werkneemster niet heeft gereageerd, geeft de gemachtigde van werkneemster aan dat Speelautomatenhal Schinveld tot dusverre niet is ingegaan op het door haar gedane redelijke voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst en dat dit van haar als goed werkgeefster, op basis van vaste rechtspraak, wel had mogen worden verwacht. Zij stelt Speelautomatenhal Schinveld dan ook namens werkneemster aansprakelijk voor de schade die zij heeft geleden door het niet accepteren van het redelijke voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Voorts vordert zij bij de kantonrechter dat Speelautomatenhal Schinveld moet meewerken aan een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden.
Oordeel
Het voorstel van werkneemster tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden onder toekenning van een vergoeding gelijk aan de transitievergoeding (berekend tot – kort gezegd – einde wachttijd) kan naar het oordeel van de kantonrechter worden aangemerkt als een voorstel tot beëindiging van een slapend dienstverband. Gelet op de WIA-beslissing van het UWV was werkneemster ten tijde van haar voorstel als gevolg van ziekte niet meer in staat om de bedongen arbeid te verrichten. Volgens de kantonrechter was aan de vereisten van artikel 7:669 lid 1 en lid 3 aanhef en onder b BW voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid voldaan op het moment dat werkneemster aan werkgeefster haar beëindigingsvoorstel deed. De kantonrechter is van oordeel dat Speelautomatenhal Schinveld gehouden was mee te werken aan een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Nu zij dat niet gedaan heeft, heeft zij gehandeld in strijd met goed werkgeverschap. Speelautomatenhal Schinveld zal dan ook worden veroordeeld om mee te werken aan een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Voor wat betreft de berekening van de transitievergoeding is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW en dat de dienstjaren tussen 1998 en 2016 bij Recreatieprojecten Limburg moeten worden meegenomen bij de berekening.