Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 30 november 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:10554
Feiten
Werkneemster is op 15 november 2016 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van PDX. Aanvankelijk heeft PDX gesteld dat werkneemster niet door een overgang van onderneming bij haar in dienst is getreden. PDX heeft daarom het salaris vanaf het moment van de overgang niet betaald. Hierover worden over en weer verschillende procedures gevoerd. Op het moment van de overgang was werkneemster reeds wegens ziekte uitgevallen voor haar werk. De bedrijfsarts stelt vast dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en dat opstarten van re-integratie in passend werk nog niet wordt aangeraden. PDX draagt werkneemster evenwel op om twee keer twee uur per week passende werkzaamheden te verrichten. PDX vindt het verder niet acceptabel dat werkneemster gedurende haar ziekte werkzaamheden in haar eigen bedrijf verricht. Enige tijd later stelt de bedrijfsarts vast dat werkneemster in staat is om de re-integratie voor twee keer twee uur per week op te starten. Als PDX werkneemster hiervoor oproept, meldt zij zich vanwege coronaklachten af. Werkneemster vraagt een deskundigenoordeel aan. Het UWV oordeelt dat de re-integratie-inspanningen van PDX nog niet voldoende zijn, omdat eerst het arbeidsconflict moet worden opgelost. Opnieuw roept PDX werkneemster op om re-integratiewerkzaamheden te verrichten, bij gebreke waarvan een loonstop zal worden toegepast. Deze loonstop wordt met ingang van 9 juli 2020 toegepast. PDX verzoekt een deskundigenoordeel. De arbeidsdeskundige die in dat kader contact heeft met werkneemster deelt haar mee dat zij voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. PDX trekt het verzoek om een deskundigenoordeel vervolgens in. Hierop heeft werkneemster opnieuw een deskundigenoordeel verzocht. Het UWV concludeert daarin dat werkneemster vanwege het oplopende arbeidsconflict niet in staat was te re-integreren. Verder wordt opgemerkt dat de aard en ernst van het conflict zodanig is dat getwijfeld mag worden aan het nut van mediation. PDX verzoekt de kantonrechter ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Werkneemster verzoekt ook de arbeidsovereenkomst te ontbinden en om toekenning van een billijke vergoeding.
Oordeel
Verstoorde arbeidsverhouding
De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Zowel PDX als werkneemster heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ook het UWV heeft in het deskundigenoordeel van 21 oktober 2020 geoordeeld dat sprake is van een ernstig arbeidsconflict dat ertoe leidt dat er geen benutbare mogelijkheden voor arbeid meer zijn en dat getwijfeld moet worden aan het nut van mediation.
Billijke vergoeding
In dit geval is sprake van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van PDX, waardoor aan werkneemster een billijke vergoeding wordt toegekend. In de eerste plaats bestaat het ernstig verwijtbaar handelen uit het ten onrechte aan werkneemster meedelen dat zij – ongeacht de overgang van onderneming – niet bij PDX in dienst was getreden. Daarnaast heeft PDX ten onrechte maandenlang geweigerd om het loon van werkneemster te betalen, zelfs nadat zij hiertoe was veroordeeld in kort geding. Ook in het kader van de re-integratie heeft PDX ernstig verwijtbaar gehandeld. Dit is het geval omdat PDX – in strijd met het advies van de bedrijfsarts – werkneemster opdroeg re-integratiewerkzaamheden te verrichten. De mededeling van PDX dat het niet aanvaardbaar is dat werkneemster gedurende haar arbeidsongeschiktheid werkzaamheden in haar eigen onderneming verricht en dat die werkzaamheden geacht worden aan haar herstel in de weg te staan, is een schending van haar verplichtingen als goed werkgever. Deze nevenwerkzaamheden waren immers bekend bij de rechtsvoorganger van PDX. Daarbij is het niet aan PDX, maar aan een bedrijfsarts, om hierover te oordelen. Ook de vanaf 9 juli 2020 opgelegde loonstop is onjuist en een schending van het goedwerkgeverschap. De billijke vergoeding wordt als volgt vastgesteld. Er wordt van uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst zonder verwijtbaar handelen van PDX niet eerder dan 1 januari 2023 zou zijn geëindigd. Aangezien werkneemster na ontbinding inkomsten zal hebben uit een ZW-uitkering en later een eventuele WIA-uitkering of een nieuw dienstverband komt 70% van het salaris in mindering op haar inkomensverlies. Ook de verzochte pensioenschade wordt in de berekening betrokken. De totale inkomensschade wordt begroot op € 17.500. De door werkneemster verzochte immateriële vergoeding wordt vastgesteld op € 5.000.