Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 10 december 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:5420
Feiten
Werknemer is sinds 2017 werkzaam bij werkgever, een publiekrechtelijk rechtspersoon, in de functie van klantmanager flex voor 36 uur per week tegen een salaris van € 3.968 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag. Op de arbeidsovereenkomst zijn de cao Gemeenten, de Gedragscode en het Personeelshandboek van de werkgever van toepassing. In de gedragscode staat onder meer dat nevenwerkzaamheden moeten worden gemeld bij werkgever. Voorts is daarin bepaald dat integriteitsschendingen worden beschouwd als plichtsverzuim en kunnen leiden tot sancties, waaronder ontslag op staande voet. Op 7 november 2017 heeft werknemer een verzoek ingediend om als zzp’er nevenwerkzaamheden te verrichten. Dit verzoek is door werkgever gehonoreerd. Op 17 oktober 2019 is door werkgever per e-mail en intranet bekend gemaakt dat nevenwerkzaamheden vooraf moeten worden gemeld. Sinds medio maart 2020 verricht werknemer zijn werkzaamheden voor werkgever volledig vanuit huis ten gevolge van de maatregelen omtrent Covid-19. Vanaf 18 mei tot en met 2 augustus 2020 heeft werknemer via een detacheerder op opdrachtbasis in ieder geval 26 uur per week gewerkt als TOZO-medewerker bij een gemeente. Per 4 augustus 2020 heeft werknemer, wederom via een detacheerder, de opdracht aangenomen om bij een andere gemeente als klantmanager fulltime werkzaamheden te verrichten. Een en ander is op 17 augustus 2020 ter kennis gekomen van werkgever. Werkgever heeft navraag gedaan bij de betreffende gemeente en zij heeft bevestigd dat werknemer bij haar werkzaam is. De betreffende gemeente heeft hierop contact opgenomen met de detacheerder, waarna laatstgenoemde contact heeft gehad met werknemer. Werknemer heeft op 18 augustus 2020 zijn meest recente nevenwerkzaamheden bij werkgever gemeld. Op 20 augustus 2020 heeft op uitnodiging van werkgever een gesprek plaatsgevonden met werknemer. In dat gesprek is werknemer met de bevindingen geconfronteerd. Ook is gebleken dat werknemer al eerder nevenwerkzaamheden heeft verricht zonder dit te melden. Vervolgens is aan werknemer meegedeeld dat nader onderzoek zal worden ingesteld en hij op non-actief zal worden gesteld. Tijdens een gesprek op 27 augustus 2020 heeft werkgever werknemer op staande voet ontslagen wegens – kort gezegd – het vanaf mei 2020 verrichten van nevenwerkzaamheden zonder hiervoor goedkeuring te vragen. Werknemer verzoekt de kantonrechter de opzegging te vernietigen.
Oordeel
Werknemer betwist dat sprake is van een dringende reden. De kantonrechter overweegt dat werknemer zowel op basis van de Ambtenarenwet als de bij werkgever geldende gedragscode had moeten melden dat hij nevenwerkzaamheden verrichtte. Werknemer heeft aangevoerd dat het hem ontschoten is om zijn nevenwerkzaamheden te melden, omdat hij vanwege de ongebruikelijke omstandigheden in verband met Covid-19 zijn focus op zijn gezondheid en het financieel ondersteunen van zijn broer had liggen. Uiteindelijk heeft werknemer zijn nevenwerkzaamheden wel gemeld, maar dit was nadat hij was geïnformeerd door de detacheerder dat er ‘iets aan de hand zou zijn’. Dat wekt de indruk dat werknemer de melding slechts zou hebben gedaan omdat hij met zijn rug tegen de muur stond. In het gesprek dat op initiatief van werkgever plaatsvond, speelde werknemer ook geen open kaart. Van een goed werknemer en goed ambtenaar mag meer worden verwacht. Door deze handelingen heeft werknemer zich schuldig gemaakt aan ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim acht de kantonrechter van zodanig gewicht dat werkgever niet hoeft te volstaan met een waarschuwing. De omstandigheden dat werknemer gedurende zijn dienstverband naar tevredenheid heeft gefunctioneerd en dat hij verwacht dat het zo’n twaalf maanden zal duren voordat hij nieuw werk zal vinden, maken dit niet anders. Het ontslag op staande voet is terecht gegeven.