Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 12 maart 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:2769
Feiten
Y is op 6 augustus 2014 als ervaren steigerbouwer in dienst van uitzendbureau X Force Services B.V. gestart met het uitvoeren van werkzaamheden op het fabrieksterein van de Suikerunie. Y was destijds als uitzendkracht ingeleend door Bilfinger Industrial Services Nederland B.V. (hierna: Bilfinger). X Force Services is inmiddels failliet verklaard. Op 21 augustus 2014 is Y tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden een bedrijfsongeval overkomen op het fabrieksterrein van de Suikerunie. Het ongeval vond plaats toen Y bezig was een rechthoekig hek vanaf de derde verdieping naar beneden te verplaatsen met behulp van een (bovenloop)hijskraan. Vermoedelijk is Y door het hek geraakt, doordat dit is komen vast te zitten achter een reling en daarna losgeschoten is, of doordat het hek is gaan draaien aan de hijskraan. De Inspectie SZW heeft onderzoek gedaan naar het voorval en heeft op 28 oktober 2014, onder meer na het horen van verschillende collega’s van Y, aan Bilfinger te kennen gegeven dat de bevindingen geen aanleiding geven tot het instellen van een volledig onderzoek of het opstellen van een rapport. Y is er volgens het onderzoek meerdere malen op gewezen dat hij de kraan niet mocht gebruiken, omdat hij niet in het bezit was van benodigde certificaten. Hij had gebruik moeten maken van de goederenlift, maar heeft desondanks op eigen initiatief gebruikgemaakt van de aanwezige kraan. Y vordert thans een verklaring voor recht dat Bilfinger op grond van artikel 7:658 lid 4 BW aansprakelijk is voor alle door Y als gevolg van het bedrijfsongeval geleden en te lijden schade. Y stelt dat Bilfinger aansprakelijk is, omdat zij niet heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht, door onvoldoende instructie te geven inzake de te verrichten werkzaamheden en onvoldoende te controleren of instructies werden opgevolgd.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Bilfinger heeft gesteld en met stukken onderbouwd dat zij aan Y als nieuwe ingeleende steigerbouwer op zijn eerste werkdag een Veilig Werk Verklaring Steigerbouw heeft uitgelegd, dat Y deze verklaring heeft ondertekend en dat hierin onder meer de bepaling is opgenomen dat Y niet zal overgaan tot het onbevoegd uitvoeren van taken of het bedienen van bedrijfsinstallaties, machines en werktuigen. Niet in geschil is dat Y wist dat het zonder hijscertificaat niet was toegestaan een hijskraan te gebruiken. Ook heeft Bilfinger erop gewezen dat Y op zijn eerste werkdag de instructie nieuwe medewerkers voor de locatie Suikerunie heeft gekregen, waarbij aandacht is besteed aan diverse veiligheidsaspecten waaronder in ieder geval de veiligheidsvoorschriften steigerbouw. Daarnaast heeft Bilfinger benadrukt dat Y in het bezit is van het diploma VCA Basisveiligheid en dat bij deze opleiding aandacht wordt besteed aan verschillende arbeidsmiddelen met onder meer een aparte paragraaf over hijsen, waarin wordt benadrukt dat degene die een hijswerktuig wil bedienen moet beschikken over een hijsbewijs en ook wordt ingegaan op de gevaren bij het werken met een werkhijstuig. Onder verwijzing naar verschillende verklaringen van collega’s heeft Bilfinger voorts gesteld dat Y voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden duidelijke instructies heeft gekregen en ook op de naleving daarvan werd gecontroleerd. Op grond van dit alles is de kantonrechter van oordeel dat Bilfinger voorafgaande aan de werkzaamheden voldoende instructie heeft gegeven en ook voldoende toezicht heeft gehouden. Y heeft nog aangevoerd dat Bilfinger voorzorgsmaatregelen had moeten treffen bestaande uit het onbruikbaar maken of uitzetten van de hijskraan zodat werknemers zonder hijsbewijs geen gebruik van de hijskraan zouden kunnen maken. Volgens de kantonrechter gaat de zorgplicht van de werkgever echter niet zo ver. Een werknemer die de opleiding VCA Basisveiligheid heeft afgerond weet dat hij zonder hijsbewijs geen hijskraan mag bedienen. Bovendien heeft Bilfinger Y hier zoals gezegd op de eerste werkdag nogmaals op gewezen. Al met al is de kantonrechter dan ook van oordeel dat Bilfinger heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht en dat van aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 lid 4 BW geen sprake is. Afwijzing van de vordering van Y volgt.