Rechtspraak
Feiten
Werkneemster heeft sinds 1 november 2016 voor Pro Juventus gewerkt. Zij is begonnen als manager zorgbeleid. Gaandeweg heeft zij meer bestuurstaken op zich genomen. Per 1 januari 2019 is zij bestuurder van Pro Juventus geworden. De arbeidsovereenkomst is daarop aangepast. Tijdens een aandeelhoudersvergadering van Pro Juventus op 24 juli 2019 is besloten om werkneemster te ontslaan als bestuurder. De arbeidsovereenkomst is op diezelfde datum opgezegd met inachtneming van de contractuele opzegtermijn tegen 1 november 2019. In deze procedure verzoekt werkneemster betaling van de transitievergoeding een billijke vergoeding en de contractuele beëindigingsvergoeding van € 110.256,00.
Oordeel
Statutair bestuurder?
Anders dan werkneemster stelt, oordeelt de kantonrechter allereerst dat werkneemster statutair bestuurder is geweest. De AVA van Pro Juventus heeft een rechtsgeldig besluit genomen tot benoeming van werkneemster als statutair bestuurder. Vaststaat dat werkneemster ook heeft gewerkt als bestuurder van Pro Juventus. Zij heeft zich naar het team gepresenteerd als opvolgster van de vorige bestuurder, zich als bestuurder ingeschreven in het Handelsregister en zij ondertekende haar e-mails met ‘bestuurder’. Ook verrichtte zij daadwerkelijk de bestuurderstaken van Pro Juventus. Tot slot wijst de arbeidsovereenkomst die werkneemster op 31 december 2018 heeft getekend ook op een benoeming tot statutair bestuurder.
Beëindiging van de arbeidsovereenkomst
Omdat werkneemster statutair bestuurder was, geldt er geen preventieve toets. De AVA heeft besloten werkneemster te ontslaan als bestuurder en dat ontslag brengt de beëindiging van de arbeidsovereenkomst mee. Niettemin dient Pro Juventus een redelijke grond voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te hebben. Pro Juventus formuleert het verwijt dat zij werkneemster maakt op die manier dat werkneemster haar een dringende reden voor ontslag heeft gegeven, te weten het in ernstige mate de bekwaamheid of geschiktheid blijken te missen tot de arbeid waarvoor zij zich heeft verbonden. Dat is geen ontslaggrond die in genoemd artikel 7:669 BW is opgenomen. De kantonrechter is van oordeel dat het te ver gaat om werkneemster als bestuurder simpelweg af te rekenen op het niet hebben gehaald van de omzetdoelstelling. Van een voldragen e-grond is derhalve geen sprake. Evenmin is de d-grond van toepassing. Niet alleen omdat disfunctioneren niet aannemelijk is gemaakt, maar ook omdat gesteld noch gebleken is dat Pro Juventus werkneemster tijdig van het gestelde disfunctioneren in kennis heeft gesteld en dat zij haar in de gelegenheid heeft gesteld haar functioneren te verbeteren. Tot slot is evenmin voldaan aan de h-grond. Werkneemster kan dus in beginsel aanspraak maken op vergoedingen.
Vergoedingen
Het verzoek tot betaling van de transitievergoeding voldoet aan de wettelijke voorwaarden en werkneemster valt geen (ernstig) verwijt te maken. Daarom zal de kantonrechter een bedrag van € 9.188 toewijzen. Uitgaande van de bedingen in de arbeidsovereenkomst maakt werkneemster aanspraak op een contractuele vergoeding van € 110.256. De kantonrechter kan werkneemster niet volgen in haar redenering dat de hoogte van de contractuele vergoeding moet worden vastgesteld op twaalf maandsalarissen. Het beding hanteert als uitgangspunt een schadevergoeding van één maand per dienstjaar, zodat zij eigenlijk recht heeft op één maand salaris als contractuele vergoeding. De kantonrechter zal Pro Juventus echter veroordelen om aan werkneemster een vergoeding te betalen van zes maandsalarissen, ofwel een bedrag van € 55.128 bruto, omdat dit het overeengekomen minimum van de vergoeding is. Tot slot maakt werkneemster terecht aanspraak op een billijke vergoeding, nu met de beëindiging zonder rechtsgeldige ontslaggrond het ernstig verwijtbaar handelen door Pro Juventus is gegeven. Onder de huidige omstandigheden komt de kantonrechter echter niet toe aan de toewijzing van een billijke vergoeding boven de reeds toegewezen contractuele vergoeding. En omdat het bedrag aan billijke vergoeding daarop contractueel in mindering strekt, houdt de kantonrechter het erop dat een bedrag aan billijke vergoeding niet toewijsbaar is.