Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Ascom Nederland B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 29 maart 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:2965
Ontbinding op de e-grond. Werknemer is ondanks oordelen van bedrijfsarts en UWV over arbeidsgeschiktheid ook na loonstop niet gaan werken en heeft derhalve ernstig verwijtbaar gehandeld. Loondoorbetaling en transitievergoeding afgewezen.

Feiten

Werknemer is sinds 14 april 1986 in dienst van Ascom Nederland B.V. (hierna: Ascom). Sinds 2012 heeft werknemer te maken gehad met een onder Ascom gelegd loonbeslag. Omdat werknemer klaagde over vermoeidheid, heeft hij zich op advies van Ascom in februari 2017 tot de bedrijfsarts gewend. Na een functioneringsgesprek heeft werknemer zich op 19 september 2017 ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft toen een  ‘time-out’ voorgesteld, met daarbij de verwachting dat werknemer daarna zijn werk weer kon oppakken. Op 12 januari 2018 heeft de bedrijfsarts vooropgesteld dat een hersteltendens is ingetreden en dat met halve dagen werk kan worden gestart. Desondanks heeft werknemer bij e-mail van 20 januari 2018 aan Ascom laten weten dat hij door het loonbeslag ‘onder het bestaansminimum’ leeft en niet in staat is naar het werk te komen. Het loonbeslag blokkeert zijn herstel, aldus werknemer. Op 22 en 26 januari 2018 heeft Ascom werknemer op kantoor uitgenodigd om over de hervatting van zijn werkzaamheden te praten, maar die afspraken zijn door de echtgenote van werknemer afgezegd. Hierop heeft Ascom werknemer bij brief van 30 januari 2018 voor een loonstop gewaarschuwd. Werknemer heeft zijn werkzaamheden per 2 februari 2018 niet hervat, maar heeft wederom te kennen gegeven dat hij pas kon komen werken als de beslagvrije voet op niveau is. Ascom heeft hem herhaaldelijk aangegeven hierin geen partij te zijn, alsmede dat dit geen reden is om niet te komen werken. Nadat werknemer heeft volhard in zijn weigering te komen werken, heeft Ascom de loonbetaling per 8 februari 2018 stopgezet. In de periode van juli 2018-maart 2019 heeft werknemer zich bij Ascom enkele keren opnieuw ziek gemeld, waarna Ascom telkens de bedrijfsarts heeft ingeschakeld. Die zag iedere keer geen reden om op zijn oordeel van 12 januari 2018 terug te komen. Dit advies is ook op latere momenten herhaald. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst op de e-grond ontbonden omdat werknemer ernstig tekort is geschoten in de nakoming van zijn arbeidsverplichting. Werknemer verzet zich in hoger beroep niet tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar wel tegen het oordeel van de kantonrechter dat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van zijn kant.

Oordeel

Anders dan werknemer betoogt, is het hof van oordeel dat werknemer niet de indruk kan hebben gekregen dat Ascom hem als arbeidsongeschikt beschouwde. De bedrijfsarts heeft werknemer immers telkens opnieuw geschikt bevonden om te werken en hier heeft Ascom naar gehandeld door bij het aanhouden van de werkweigering een loonstop toe te passen. Hoewel werknemer in staat werd geacht zijn arbeid te verrichten heeft hij dat niet gedaan. Aan de reden ervan – het gelegde loonbeslag – kon Ascom niets doen. Dat heeft Ascom hem al die tijd ook voorgehouden. Werknemer is derhalve ernstig tekortgeschoten in de nakoming van zijn arbeidsverplichting omdat hij, hoewel hij had kunnen werken, dat niet heeft gedaan. Dat werknemer ook na de loonstop niet is komen werken, rekent het hof hem zwaar aan. De vordering tot het doorbetalen van zijn loon is dan ook terecht afgewezen. Ook de vordering tot het betalen van een transitievergoeding is terecht afgewezen, omdat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer. Voor toekenning van een ten laste van Ascom komende billijke vergoeding is geen plaats, omdat aan haar zijde geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Ascom heeft alle stappen gevolgd die van een werkgever bij ziekmelding van een werknemer verwacht mogen worden. Ascom mocht vervolgens terecht vertrouwen op de oordelen van de bedrijfsarts en het UWV dat werknemer niet ziek was en in staat was tot werkhervatting.