Naar boven ↑

Rechtspraak

European Shipping and Transport Agencies B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 16 april 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:3246
Schending van het concurrentiebeding. De boete is weliswaar een flink bedrag, maar een boete moet je wel ‘voelen’, anders heeft het weinig zin deze aan een concurrentiebeding te verbinden.

Feiten

Werknemer was tot 1 mei 2018 als expediteur in dienst bij European Shipping and Transport Agencies B.V. (hierna: Esta). In de arbeidsovereenkomst tussen Esta en werknemer zijn een concurrentie-, geheimhoudings- en boetebeding opgenomen. Esta heeft per brief van 23 augustus 2018 aan werknemer laten weten dat hij gebonden is aan deze bedingen en geen schriftelijke toestemming heeft voor de indiensttreding bij Schneider. Ook heeft werknemer het geheimhoudingsbeding overtreden en meerdere klanten van Esta als klant meegenomen naar zijn nieuwe werkgever. Daarvoor wordt werknemer aansprakelijk gesteld. Esta vordert veroordeling van werknemer tot betaling van een boete van € 75.000 voor overtreding van het concurrentiebeding, een boete van € 10.000 voor overtreding van het geheimhoudingsbeding en een aanvullende schadevergoeding van € 62.333.

Oordeel

De kantonrechter ziet geen overtreding van het geheimhoudingsbeding. Esta noemt immers geen concreet geheim van Esta dat werknemer openbaar heeft gemaakt. Het kan zijn dat [persoon A] in zijn werkzaamheden na 1 mei 2018 gebruik heeft gemaakt van klantgegevens van Esta, maar het gebruikmaken van klantgegevens is naar het oordeel van de kantonrechter eerder een schending van het concurrentiebeding. De vordering tot veroordeling van werknemer tot betaling van een boete voor overtreding van het geheimhoudingsbeding is niet toewijsbaar. Aangezien artikel 7:651 BW bepaalt dat voor hetzelfde feit niet én een boete én schadevergoeding kan worden gevorderd en het Esta in deze zaak in de eerste plaats om een boete voor het overtreden van het concurrentiebeding gaat, is de vordering tot veroordeling van werknemer tot betaling van een aanvullende schadevergoeding niet toewijsbaar. De kantonrechter overweegt ten aanzien van het concurrentiebeding dat, of dit nu bij Schneider, ASR en/of ergens anders is, het een feit is dat werknemer met de werkzaamheden die hij sinds 1 mei 2018 doet, Esta beconcurreert. Werknemer ‘bedient’ dezelfde klanten op dezelfde markt. Dat betwist werknemer ook eigenlijk niet. Werknemer overtreedt dus het overeengekomen concurrentiebeding. De kantonrechter stelt vast dat werkgever op 23 augustus 2018 mededeling heeft gedaan van de ontdekking van overtreding van het concurrentiebeding. Daarmee bedraagt de totale boete € 51.800. De kantonrechter ziet, anders dan werknemer, geen reden om de boete te matigen. De billijkheid eist dat niet in deze zaak. Het is weliswaar een flink bedrag aan boete dat werknemer moet betalen, maar het concurrentiebeding is niet voor niets overeengekomen. Werknemer had zich daar simpelweg aan moeten houden of desnoods, om het oplopen van de boete te voorkomen, gehoor moeten geven aan de brief van 23 augustus 2018. Werknemer heeft het een noch het ander gedaan. Een boete moet je wel ‘voelen’, anders heeft het weinig zin deze aan een concurrentiebeding te verbinden. De kantonrechter gaat niet mee in de stelling van werknemer dat werkgever wist wat werknemer na 1 mei 2018 ging doen. Esta betwist immers dat werknemer werkgever nauwkeurig heeft geïnformeerd. Zonder nauwkeurig te weten wat de ex-werknemer gaat doen, kan van toestemming geen sprake zijn.