Naar boven ↑

Rechtspraak

Gassan Schiphol B.V./werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 20 april 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:3929
Werknemer heeft geen tegenbewijs geleverd. Dat betekent dat vaststaat dat werknemer een derde – tegen de regels in – heeft getipt over de aanwezigheid van een Rolex Submarinier.

Feiten

In de tussenbeschikking van 8 maart 2021 (ECLI:NL:GHARL:2021:2181, AR 2021-0298) is werknemer toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorlopig oordeel dat hij B getipt heeft over de aanwezigheid bij Gassan van een Rolex Submariner op 16 augustus 2019. Van die mogelijkheid heeft hij geen gebruik gemaakt.

Oordeel

Het hof oordeelt dat nu definitief als bewezen heeft te gelden wat in de tussenbeschikking ‘voorshands’ bewezen werd geacht, namelijk dat werknemer B heeft getipt over de aanwezigheid bij Gassan van een Rolex Submariner op 16 augustus 2019. Voor deze situatie is in de tussenbeschikking al vermeld hoe het hof zal oordelen over de dan nog resterende aspecten van deze zaak. Het hof blijft bij die gemaakte beoordeling. Met betrekking tot de bedrijfskleding geldt dat werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheid deze alsnog in te leveren. De vordering tot schadevergoeding van € 608,63 is daarom, als onweersproken, toewijsbaar. Wat betreft de einddatum van de arbeidsovereenkomst oordeelt het hof dat Gassan geen belang heeft bij toepassing van artikel 7:683 lid 6 BW (bepalen datum einde arbeidsovereenkomst door het hof) omdat het hof ingevolge dat artikel slechts een toekomstige einddatum kan bepalen. Tussen partijen staat echter vast dat de arbeidsovereenkomst reeds is geëindigd per 1 maart 2020.