Naar boven ↑

Rechtspraak

Onlineveilingmeester.nl B.V./werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 4 mei 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:4424
Zieke werknemer heeft recht op loondoorbetaling. Hof volgt deskundigenoordeel UWV – en niet tegenovergesteld oordeel bedrijfsarts – onder meer omdat de verzekeringsarts werknemer onderzocht heeft en de bemoeienis van de bedrijfsarts beperkt is gebleven tot een telefonisch consult.

Feiten

Werknemer is op 1 maart 2020 in dienst getreden bij Onlineveilingmeester.nl B.V. (hierna: OVM) in de functie van conciërge, op basis van een tijdelijk contract dat eindigde op 1 september 2020. Op 4 mei 2020 heeft werknemer zich ziek gemeld, nadat hij op 1 mei 2020 bij het schoonmaken van de toiletten was uitgegleden. De bedrijfsarts heeft werknemer – op basis van een telefonisch consult – volledig arbeidsgeschikt bevonden voor eigen werk, omdat daarin geregeld afwisseling is in taken en in zitten, staan en lopen. Op 19 mei 2020 heeft OVM, nadat werknemer niet op het werk was verschenen, met ingang van 1 juni 2020 de loondoorbetaling stopgezet. Op 20 mei 2020 heeft werknemer zich wederom ziek gemeld. Eind juli 2020 heeft het UWV op verzoek van werknemer een deskundigenoordeel afgegeven en geoordeeld dat werknemer beperkingen had die maakten dat de functie van conciërge als niet passend moest worden aangemerkt. OVM heeft werknemer opgeroepen om op 12 augustus 2020 twee uur werkzaamheden te komen verrichten. Werknemer heeft zich die dag ziek gemeld met toegenomen rugklachten. OVM heeft de betaling van het loon gestaakt gehouden. De kantonrechter heeft vervolgens de door werknemer ingestelde loonvordering toegewezen. De kantonrechter heeft het deskundigenoordeel van het UWV gevolgd en aangenomen dat werknemer niet in staat was zijn werk te verrichten. OVM vordert in hoger beroep vernietiging van het vonnis van de kantonrechter en afwijzing van de loonvordering van werknemer.

Oordeel

Loondoorbetaling bij ziekte

OVM betwist dat werknemer ziek was. Het hof verwerpt dit standpunt en stelt dat werknemer zijn arbeidsongeschiktheid wegens ziekte aannemelijk heeft gemaakt met de overlegging van het deskundigenbericht van het UWV. OVM heeft op zich gelijk dat de rechter niet gebonden is aan het advies van het UWV, maar OVM heeft geen goede redenen gegeven waarom de rechter in dit geval het deskundigenadvies niet zou moeten volgen. De verzekeringsarts van het UWV staat niet in een contractuele relatie tot partijen, anders dan de bedrijfsarts. De verzekeringsarts heeft werknemer onderzocht – naar werknemer stelt in een 1,5 uur durend onderzoek – terwijl de bemoeienis van de bedrijfsarts beperkt is gebleven tot een telefonisch consult. Het hof deelt dan ook het oordeel van de kantonrechter om in dit geval meer waarde toe te kennen aan het deskundigenadvies van het UWV – dat naast het oordeel van de verzekeringsarts ook een oordeel van de arbeidskundige bevat – dan aan het oordeel van de bedrijfsarts. Werknemer had dan ook aanspraak op doorbetaling van 70% van zijn loon bij ziekte en OVM heeft ten onrechte de loondoorbetaling per 1 juni 2020 stopgezet.

Geen schending re-integratieverplichtingen

OVM heeft zich voorts beroepen op artikel 7:629 lid 3 BW, waarin is bepaald dat geen aanspraak op loondoorbetaling bestaat voor de tijd waarin werknemer, hoewel hij daartoe in staat is, zonder deugdelijke grond weigert passende arbeid te verrichten. Het hof overweegt dat OVM tot 11 augustus 2020 uitsluitend het standpunt heeft ingenomen dat werknemer zijn eigen werkzaamheden volledig kon verrichten. Vanaf die datum heeft zij het standpunt ingenomen dat werknemer in ieder geval twee uur per dag zijn bedongen werkzaamheden kon verrichten. Zij heeft echter niet aangegeven welke werkzaamheden dat waren en hoe daarbij rekening gehouden werd met de beperkingen van werknemer. Dat OVM werknemer passende arbeid is aangeboden, kan het hof dan ook niet vaststellen. Het hof bekrachtigt op grond van het voorgaande het vonnis van de kantonrechter.