Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 1 juni 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:1022
Feiten
Werknemer is met ingang van 15 juni 2007 in dienst getreden van Eurofrigo B.V. Tijdens het dienstverband is werknemer herhaaldelijk en langdurig uitgevallen wegens rugklachten. Op 3 juli 2014 is werknemer geopereerd aan een hernia in zijn rug. Op 23 augustus 2016 is werknemer tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden in een koelcel van achteren aangereden door een collega met een vorkheftruck terwijl hij een reachtruck bestuurde. Werknemer heeft zich die dag ziek gemeld. Nadien is werknemer door diverse Arbo-artsen gezien. Met toestemming van het UWV heeft Eurofrigo de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd tegen 1 februari 2019. In eerste aanleg vorderde werknemer betaling van smartengeld en een schadevergoeding naar aanleiding van de aanrijding op het werk. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer afgewezen. Hiertegen komt werknemer in hoger beroep op.
Oordeel
Het is niet komen vast te staan dat werknemer als gevolg van de aanrijding schade heeft geleden. Werknemer heeft wel gesteld dat hij als gevolg van de aanrijding toegenomen rugklachten heeft, maar iedere onderbouwing van die stelling ontbreekt. De medische informatie die werknemer in hoger beroep heeft overgelegd, geeft geen uitsluitsel over de oorzaak van zijn rugklachten die optraden vanaf 23 augustus 2016. Daartoe overweegt het hof allereerst dat werknemer ook in hoger beroep onvoldoende heeft gesteld om te kunnen aannemen dat de aanrijding met een hoge snelheid moet hebben plaatsgevonden. Behalve de blote eigen stelling van werknemer dat sprake is geweest van een ernstige aanrijding, is er niets dat erop wijst dat de aanrijding in dit geval een relevante impact heeft gehad. Zo stond de reachtruck nagenoeg stil op het moment van de aanrijding en heeft zowel de bestuurder van de vorkheftruck als Eurofrigo geen schade aan de voertuigen geconstateerd, hetgeen bij een ongeval met hoge impact wel het geval moet zijn geweest. Niet is gesteld of gebleken dat de aanrijding, die volgens werknemer een grote klap moet hebben gegeven, door een of meer andere collega’s van werknemer is opgemerkt. Het hof neemt daarom als vaststaand aan dat het niet aannemelijk is dat werknemer aan de aanrijding lichamelijk letsel heeft overgehouden. Dit geldt temeer nu in het verslag van de eerste Arbo-arts niet is gerept over het ongeval. Pas in het verslag van het gesprek met de Arbo-arts op 23 december 2016, dat was vier maanden na de aanrijding, werd de aanrijding voor het eerst, zonder nadere toelichting, vermeld als de – vermoedelijke – oorzaak van de beperkingen van werknemer. Vervolgens overweegt het hof dat werknemer vóór de aanrijding al jarenlang geregeld en langdurig uitviel met rugklachten. Daarom kan niet worden uitgesloten, en is het juist aannemelijk, dat werknemer ook zonder de aanrijding opnieuw met rugklachten zou zijn uitgevallen, ondanks de hernia-operatie die enige jaren eerder bij hem was uitgevoerd. Gelet op het voorgaande heeft werknemer onvoldoende gesteld over het oorzakelijk verband tussen de aanrijding en zijn toegenomen rugklachten vanaf 23 augustus 2016. Het enkele feit dat de aanrijding en de toename van de rugklachten van werknemer in de tijd met elkaar samenvielen, is onvoldoende om daartussen oorzakelijk verband aan te nemen. Daarnaast acht het hof het causaal verband te onzeker om het leerstuk proportionele aansprakelijkheid toe te passen. Eurofrigo is daarom niet aansprakelijk voor de schade die werknemer stelt te hebben geleden als gevolg van de aanrijding.