Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 4 juni 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:4711
Vraag of werkgever aansprakelijk is voor astmaklachten van werkneemster na blootstelling aan gevaarlijke stof bij Shell Pernis. In verband met onduidelijkheden wordt nog een mondelinge behandeling gelast.

Feiten

Werkneemster heeft vanaf oktober 2011 als uitzendkracht gewerkt bij werkgeefster. Op 1 mei 2013 is zij bij werkgeefster in dienst getreden als brandveiligheidswacht. Werkgeefster heeft werkneemster onder meer ingezet bij Shell Pernis, waar vervuilde persoonlijke beschermingsmiddelen (hierna: PBM’s) worden ingenomen, schoongemaakt en vervolgens weer worden uitgedeeld. In de eerste week van juli 2018 is aan het einde van een werkdag een lading besmette/bevuilde PBM’s binnengebracht in de werkruimte van werkneemster. Werkneemster heeft de volgende ochtend een aantal uren gewerkt in de ruimte waar de vervuilde PBM’s lagen. Werkneemster heeft zich op 9 juli 2018 ziek gemeld. Zij heeft vanaf december 2018 in beperkte mate aangepaste werkzaamheden bij werkgeefster uitgevoerd, maar heeft haar werkzaamheden niet volledig kunnen hervatten. Op 13 mei 2020 heeft het UWV geoordeeld dat werkgeefster voldoende heeft gedaan om werkneemster te re-integreren, dat hiermee geen resultaat is bereikt maar dat er geen sprake is van een tekortkoming. De longarts van werkneemster heeft op 30 januari 2019 geconcludeerd dat werkneemster leidt aan astma die in ieder geval beroepsgerelateerd is. Werkneemster heeft werkgeefster per brief van 15 mei 2019 aansprakelijk gesteld voor haar gezondheidsschade. De bedrijfsarts heeft werkneemster op 24 juli 2019 gemaild dat het onwaarschijnlijk is dat de blootstelling dusdanig is geweest dat zij tot acute astma zou kunnen hebben geleid. De aansprakelijkheidsverzekeraar van werkgeefster heeft op 29 juli 2019 geschreven dat niet valt uit te sluiten dat de astma verband houdt met de blootstelling, maar dat hij dat niet erg waarschijnlijk vindt. Daarbij rookt werkneemster sinds zeven jaar vijf sigaretten per dag. Een longarts, ingeschakeld door werkgeefster, heeft in een brief van 15 juli 2020 geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk is dat de astma bij werkneemster (enkel en alleen) door blootstelling aan prikkelende stoffen op haar werk is ontstaan. Werkneemster vordert voor recht te verklaren dat werkgeefster haar zorgplicht heeft geschonden en aansprakelijk is voor de al geleden en nog te lijden schade van werkneemster die daarvan het gevolg is.  

Oordeel

De kantonrechter overweegt ten aanzien van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen dat werkneemster stelt dat ze begin juli 2018 en al eerder, in 2013 en 2015, is blootgesteld aan ongezonde gassen tijdens haar werk en dat zij zich toen ook heeft ziek gemeld. Werkgeefster betwist dit. Volgens de kantonrechter heeft werkneemster haar stelling op dit punt onvoldoende onderbouwd. Ze verwijst weliswaar naar een brief van een medisch adviseur, maar hierin wordt slechts beschreven wat werkneemster aan hem heeft verteld. Dat werkneemster bij haar werkzaamheden voor werkgeefster al eerder is blootgesteld aan schadelijke stoffen, kan daarom niet worden vastgesteld. Ten aanzien van het eventueel aannemen van een causaal verband overweegt de kantonrechter dat de longarts van werkneemster weliswaar heeft vastgesteld dat sprake is van astma die volgens hem beroepsgerelateerd is, maar uit zijn motivering is niet zonder meer af te leiden op basis waarvan hij dit concludeert. De kantonrechter overweegt ook dat in deze zaak onbekend is aan welke stof werkneemster precies is blootgesteld. Dat dit ten tijde van de blootstelling niet bekend was en ook niet nader is onderzocht, kan werkgeefster in verband met de op haar rustende zorgplicht weliswaar worden verweten, maar dit vormt onvoldoende grond om daarom aan te nemen dat de blootstelling heeft geleid tot de klachten van werkneemster. Daarbij weegt ook mee dat zowel de bedrijfsarts als de verzekeringsarts opmerkt dat werkneemster ook klachten heeft die niet (volledig) kunnen worden verklaard vanuit de diagnose astma. Zo was al sinds 2013 sprake van hyperreactiviteit van de longen/bronchiën en bovendien rookt werkneemster al jarenlang in meer of mindere mate, wat kan leiden tot verergering van een bestaande astma. Gelet op dit voorgaande is op dit moment nog niet vast te stellen of er een relatie is tussen de blootstelling en het ontstaan of de toename van klachten van werkneemster. Voordat de kantonrechter overgaat tot een verdere beoordeling, zal hij eerst een mondelinge behandeling gelasten.