Naar boven ↑

Rechtspraak

Keukenlogistiek c.s./X
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 10 juni 2021
ECLI:NL:RBOBR:2021:2823
Is truckchauffeur zelfstandige of werknemer? Kwalificatie van de wijze waarop partijen feitelijk uitvoering hebben gegeven aan hun relatie, gelet op ontbreken schriftelijke afspraken. Geen sprake van gezagsverhouding. Vorderingen ingevolge schade aan en huur van vrachtwagens (gedeeltelijk) toegewezen.

Feiten

WL Keukenlogistiek B.V. (in deze procedure: Keukenlogistiek c.s.) en de Onderneming zijn beide actief in de transport- en logistieksector. Partijen kennen elkaar al langere tijd. X is in 1999 en 2007 als chauffeur in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) Keukenlogistiek c.s. In 2007 heeft hij samen met Y de Onderneming opgericht. Vanaf 2008 is X uit naam van de Onderneming gaan factureren aan Keukenlogistiek c.s. X heeft (met de Onderneming) met ingang van juni 2015 een vrachtwagen van Keukenlogistiek c.s. gehuurd. Keukenlogistiek c.s. heeft jaarlijks de huur- en tankkosten verrekend met de facturen van X. Daarbij heeft Keukenlogistiek c.s. vanaf 2010 tot (in elk geval) 2017 ook maandelijks vaste bedragen uitgekeerd. X is op 19 december 2019 betrokken geweest bij een verkeersongeval, waarna de vrachtwagen total loss is verklaard. Vanaf januari 2020 is X een nieuwe vrachtwagen gaan huren van Keukenlogistiek c.s. Op 21 februari 2020 heeft X schade gereden aan de nieuwe vrachtwagen. Op 11 april 2020 heeft X via een Whatsappbericht meegedeeld dat hij besloten heeft niet terug te keren en derhalve niet ingepland hoeft te worden. In deze procedure vordert Keukenlogistiek c.s. betaling van diverse bedragen ter nakoming van de huurovereenkomst.

Oordeel

Kwalificatie overeenkomst

Niet ter discussie staat dat er door X arbeid werd verricht wanneer hij een opdracht aanvaardde en deze ook uitvoerde. Het feit dat X zich mocht laten vervangen bij de uitvoering van zijn werkzaamheden (en dat ook deed door zijn vrouw te laten rijden) en dus niet verplicht was de arbeid persoonlijk uit te voeren is een aanwijzing die tégen het bestaan van een arbeidsovereenkomst pleit, en vóór een vervoerovereenkomst, maar de kantonrechter vindt dit feit niet doorslaggevend. Voorts wijst het feit dat X altijd zelf heeft gefactureerd aan Keukenlogistiek c.s. naar het oordeel van de kantonrechter juist op zelfstandig ondernemerschap (en de afwezigheid van een arbeidsovereenkomst). Dat hij voor zijn werkzaamheden werd uitbetaald in de vorm van maandelijkse vaste bedragen, in combinatie met een verrekening aan het einde van het jaar, maakt dit niet anders. Dit is kennelijk iets dat partijen met elkaar hebben afgesproken. Alle feiten en omstandigheden afwegend, komt de kantonrechter vervolgens tot de conclusie dat geen sprake was van een gezagsverhouding. Daarbij vindt de kantonrechter van doorslaggevend belang dat er voldoende feiten en omstandigheden zijn die wijzen op ondernemerschap. X gedroeg zich met de Onderneming naar buiten toe als een zelfstandig ondernemer nu onder meer sprake was van een KvK-inschrijving en afdracht van omzetbelasting. Bovendien droeg X ondernemersrisico, en had hij zeggenschap over de inhoud van de opdrachten. Dat X bewust ondernemersrisico droeg, vindt de kantonrechter ook blijken uit het feit dat X zelf de samenwerking heeft beëindigd. Daarmee heeft X naar het oordeel van de kantonrechter bewust het risico genomen om elders een betere winst of rendement te gaan behalen. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat X eerder ook al is gaan rijden voor andere opdrachtgevers. Daarnaast wijst het feit dat X de vrijheid had om opdrachten al dan niet aan te nemen naar het oordeel van de kantonrechter op de afwezigheid van een gezagsverhouding. Hoewel X werd opgenomen in het rooster van Keukenlogistiek c.s., is dat geen doorslaggevend argument voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding, nu werkzaamheden in de logistiek- en transportsector vereisen dat er aanwijzingen worden gegeven en voorschriften gelden waaraan ook diegenen zich moeten houden die anders dan in loondienst werkzaam zijn. Nu niet is voldaan aan een van de elementen van een arbeidsovereenkomst, komt de kantonrechter tot de conclusie dat de rechtsverhouding gekwalificeerd moet worden als een vervoerovereenkomst. Daarmee staat vast dat X zijn transportwerkzaamheden voor Keukenlogistiek c.s. heeft verricht op grond van een vervoerovereenkomst.

Vorderingen

Vast staat dat X per 11 april 2020 zowel de vervoerovereenkomst als de huurovereenkomst heeft opgezegd. Keukenlogistiek c.s. heeft vervolgens nog de huurkosten van het tweede kwartaal van de nieuwe vrachtwagen in rekening gebracht. De kantonrechter vindt alle omstandigheden in aanmerking genomen een opzegtermijn van één maand redelijk, nu niet is gebleken dat Keukenlogistiek c.s. schade heeft geleden door de directe opzegging van X omdat de vrachtwagen al op haar terrein stond en zij hier per direct over kon beschikken. Dit betekent dat Keukenlogistiek c.s. enkel de huur over de maand april 2020 nog in rekening had mogen brengen. Voorts dient X het eigen risico van de door hem veroorzaakte ongevallen te betalen. De twee gevorderde schadeposten zullen daarom worden toegewezen. Tot slot worden de overige gevorderde bedragen afzonderlijk beoordeeld en gedeeltelijk toegewezen.