Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 17 juni 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:4975
Feiten
X, zoon van bestuurder, is werkzaam voor EESI en heeft een relatie met werkneemster gehad, die op 30 maart 2021 is beëindigd. Bij brief van 2 april 2021 heeft EESI aan werkneemster bericht dat zij haar verzoekt te bevestigen dat zij een transport naar Qatar uitvoert. Ten aanzien van de overige werkzaamheden is zij op non-actief gesteld. Werkneemster heeft na 11 april 2021 geen werkzaamheden meer verricht. EESI vordert werkneemster te verbieden direct dan wel indirect gebruik te maken van bedrijfsgeheimen dan wel deze openbaar te maken of te delen met derden. Daarnaast vordert zij afgifte van bedrijfsmiddelen en gegevens. Werkneemster vordert vernietiging dan wel schorsing van het concurrentiebeding en betaling van achterstallig loon totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd.
Oordeel
Bij de huidige stand van zaken kan niet worden uitgemaakt of er – in weerwil van een op schrift gesteld en ondertekend document – sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen EESI en werkneemster. Voor het geval sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst, heeft te gelden dat deze arbeidsovereenkomst in ieder geval niet is geëindigd doordat werkneemster bij B.V. werkzaamheden is gaan verrichten. Ook anderszins is niet gebleken dat de arbeidsovereenkomst, voor zover daarvan sprake is, na de op non-actiefstelling door EESI, zou zijn geëindigd. Nu niet duidelijk is of er sprake is van een arbeidsovereenkomst en, als er sprake is van een arbeidsovereenkomst, of deze niet beëindigd is, ligt het gevorderde verbod, de gevorderde afgifte van de bedrijfsgegevens en bedrijfsmiddelen en de nadien gevorderde vernietiging van deze gegevens voor afwijzing gereed. Ook de loonvordering in reconventie wordt afgewezen, nu niet duidelijk is of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Verder leent een kort geding zich naar zijn aard niet voor vernietiging van een concurrentiebeding.