Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 5 juli 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:5905
Feiten
Werknemer is per 1 november 2018 in dienst getreden bij De Bergjes Bouw B.V. (hierna: De Bergjes) in de functie van timmerman. Per 1 november 2019 is zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst van werknemer is een concurrentiebeding opgenomen. Werknemer heeft te kennen gegeven bij Cube Homes B.V. in dienst te willen treden en heeft daarom om ontheffing van het concurrentiebeding verzocht. De Bergjes heeft aan dat verzoek geen gevolg gegeven. Werknemer vordert in kort geding primair het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk te schorsen. De Bergjes voert verweer.
Oordeel
Tussen partijen is niet in geschil dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is aangegaan en dat het beding ook nog steeds van kracht is. De kantonrechter is van oordeel dat Cube Homes B.V. een concurrerende onderneming is van De Bergjes, nu zij zich begeeft op hetzelfde werkterrein. Hoewel er verschillen bestaan tussen de producten die beide aanbieden, gaat het overwegend om dezelfde doelgroep, personen (of bedrijven) die op zoek zijn naar een kleine behuizing voor recreatieve of (semi)permanente bewoning. De methode van productie, alsmede de specifieke aandachtspunten bij de productie komen in hoge mate overeen. Tevens ligt de vestigingsplaats van Cube Homes B.V. binnen de in het concurrentiebeding genoemde straal van 100 kilometer van De Bergjes. De vervolgvraag is of De Bergjes voldoende belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. Het enkele feit dat een ervaren werknemer naar een concurrent vertrekt, en dus kennis en ervaring meeneemt, is immers onvoldoende. Dit is inherent aan het vertrek en betekent (nog) niet dat het bedrijfsdebiet van De Bergjes wordt aangetast. Gesteld nog gebleken is dat werknemer over essentiële, bijvoorbeeld prijs-inkooptechnische, informatie beschikt die de (onderhandelings)positie van Cube Homes B.V. zal versterken bij het in dienst nemen van werknemer. Naar het oordeel van de kantonrechter is evenmin gebleken dat werknemer over specifieke kennis met betrekking tot unieke werkprocessen beschikt. Voor zover De Bergjes in haar chalets en/of stacaravans unieke oplossingen toepast die verband houden met creatief omgaan met de (zeer) beperkt beschikbare oppervlakte, is evenmin sprake van een concurrentievoordeel door het vertrek van werknemer. Dergelijke oplossingen zijn immers voor eenieder waarneembaar en dus na te maken (tenzij de intellectuele eigendom is beschermd). Daarvoor is werknemer niet nodig. Tegen deze achtergrond oordeelt de kantonrechter vooralsnog dat de aan de zijde van De Bergjes opgevoerde belangen – hoe begrijpelijk die vanuit de positie van De Bergjes ook zijn – geen rechtens te respecteren belangen voor handhaving van het concurrentiebelang opleveren. Wel staat vast dat werknemer bij Cube Home B.V. een aanzienlijke stap kan maken wat betreft zijn maandelijks salaris, een stap die bij De Bergjes niet mogelijk is. Alleen daarin ligt al voldoende belang voor werknemer bij het terzijde stellen van het concurrentiebeding. Daarnaast stelt werknemer dat hij ook leidinggevende taken gaat krijgen, wat bij De Bergjes voorlopig ook niet aan de orde zou zijn. Ook hierin ligt een wezenlijk belang voor werknemer om over te kunnen stappen naar Cube Home B.V. Naar het oordeel van de kantonrechter dient de belangenafweging vooralsnog dan ook in het voordeel van werknemer uit te vallen. Dit betekent dat de kantonrechter oordeelt dat voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het concurrentiebeding zal vernietigen, zodat de primaire vordering wordt toegewezen. Voor de volledigheid benadrukt de kantonrechter daarbij wel dat de schorsing van het concurrentiebeding enkel en alleen ziet op het verbod om bij Cube Home B.V. in dienst te treden.