Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/VANAD Contact Centers Nederland B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 juni 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:7177
Vernietiging ontslag op staande voet van medewerkster in callcenter die veelvuldig te laat kwam, wegens strijd met opzegverbod tijdens ziekte. Werkneemster werd kort na ontslag opgenomen met een psychose. Kantonrechter acht het aannemelijk dat zij op de ontslagdatum al niet geschikt was voor haar functie in volledige omvang.

Feiten

Werkneemster is op 3 februari 2020 in dienst getreden bij VANAD Contact Centers Nederland B.V. (hierna: VANAD), een bedrijf dat zich voornamelijk bezighoudt met het verrichten van callcenterdiensten voor derden, in de functie van klantexpert. Medio maart 2020 heeft VANAD haar medewerkers opgeroepen vanwege de coronamaatregelen zo veel mogelijk vanuit huis te gaan werken. Zij heeft werkneemster op 27 maart 2020 een laptop ter beschikking gesteld. Eind maart/begin april 2020 heeft werkneemster zich genoodzaakt gezien haar woning te verlaten en is zij tijdelijk ingetrokken bij een vriendin. Zij heeft haar leidinggevende op de hoogte gesteld van de huisvestingsproblematiek. Op 30 maart 2020 is werkneemster door haar leidinggevende aangesproken op herhaaldelijk te laat komen/te laat inloggen. Afgesproken is dat werkneemster voorafgaand aan de dienst telefonisch contact opneemt met haar leidinggevende als zij om wat voor reden dan ook te laat mocht komen. Op 29 april 2020 heeft werkneemster een eerste officiële waarschuwing ontvangen en in de daaropvolgende periode is zij gemonitord op het op tijd komen. Op 7 juli 2020 heeft werkneemster een brief ontvangen met als onderwerp ‘laatste officiële waarschuwing’, aangezien zij wederom veelvuldig te laat is gekomen. Werkneemster heeft als redenen voor het te laat komen onder meer opgegeven dat zij zich had verslapen of niet goed op het rooster had gekeken. Deze redenen vindt VANAD niet billijk. Werkneemster is zelf verantwoordelijk voor het op tijd inloggen. In juli 2020 heeft werkneemster een kamer gevonden. VANAD heeft werkneemster daarom tot eind juli de tijd gegeven om te bekijken of zij zich aan de afspraken kon gaan houden. Op 5 augustus 2020 is ontslag op staande voet verleend, nadat werkneemster zich die dag had verslapen en wederom veel te laat had ingelogd. Van 7 tot 20 augustus 2020 is werkneemster opgenomen bij Antes vanwege psychische problemen. Ze verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en doet daarbij een beroep op arbeidsongeschiktheid wegens ziekte die al op 5 augustus 2020 zou bestaan en verband zou houden met het ontslag.

Oordeel

Vast staat dat werkneemster veelvuldig te laat is gekomen op haar werk of te laat is ingelogd in haar werkomgeving. Ondanks meermaals hierop te zijn aangesproken en twee officiële waarschuwingen, is dit zich blijven voordoen. Het gaat hierbij niet om een paar minuten te laat aanvangen met werk, maar werkneemster begon dikwijls aanzienlijk te laat. Tegen deze achtergrond heeft de constatering op 5 augustus 2020 dat werkneemster die dag wederom zonder goede reden 69 minuten te laat had ingelogd, volgens de kantonrechter een dringende reden kunnen opleveren. Werkneemster doet echter een beroep op haar psychische gesteldheid. Vooropgesteld wordt dat VANAD hier voorafgaand aan het ontslag op staande voet geen weet van heeft gehad en ook niet had behoren te hebben. In dit verband speelt mee dat werkneemster vanaf medio maart 2020 thuis heeft gewerkt als gevolg van de coronamaatregelen. Tegelijkertijd staat vast dat werkneemster op 7 augustus 2020, dus kort na het ontslag, met een psychose is opgenomen in een kliniek. De vraag is of werkneemster op 5 augustus 2020 al ziek was. VANAD heeft deze vraag voorgelegd aan haar bedrijfsarts. Het antwoord van de bedrijfsarts luidt ontkennend, nu werkneemster, ondanks haar klachten, haar eigen werk heeft gedaan. De verzekeringsarts is het hier niet mee eens en oordeelt dat werknemer op 5 augustus 2020 niet in staat was om haar werkzaamheden uit te voeren, nu het haar niet lukte om (structureel) op tijd in te loggen en dat een belangrijk onderdeel was van haar werkzaamheden bij een callcenter. Haar aandoening ging gepaard met slaapproblemen. Medische gegevens ondersteunen dit. De kantonrechter volgt het oordeel van de verzekeringsarts. Vast staat immers dat tijdige aanvang van de werkzaamheden van belang is geweest voor een goede uitoefening van de functie. Werkneemster is daarmee bekend geweest. Ook staat vast dat zij desondanks herhaaldelijk te laat begonnen is met haar werk. Evenals de verzekeringsarts acht de kantonrechter het verband tussen het op 5 augustus 2020 niet op tijd aanvangen met het werk door werkneemster en haar psychische ziekte aannemelijk. Het ontslag op staande voet stuit dan ook op het ontslagverbod tijdens ziekte. Daarbij komt dat, met de wetenschap van nu, anders dient te worden gekeken naar de keren waarop werkneemster te laat is gekomen op haar werk. Het geeft goede grond aan te nemen dat geen sprake is geweest van onwil, maar van onmacht. Ook uit WhatsApp-berichten blijkt dat werkneemster heel graag op tijd op haar werk wilde verschijnen. De kantonrechter vernietigt het ontslag op staande voet. Dit betekent dat de verbintenissen voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst herleven, waaronder de verbintenis om werkneemster de overeengekomen werkzaamheden te laten verrichten, dan wel te voldoen aan re-integratieverplichtingen. VANAD wordt tevens veroordeeld tot betaling van het salaris van werkneemster.