Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 21 juli 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:3538
Feiten
Op 22 december 2020 heeft QBuzz B.V. aan de OR gevraagd om in te stemmen met de invoering van buschauffeurroosters voor de periode vanaf 3 januari 2021 tot en met 31 december 2021. In het voorgenomen dienstrooster is, vanwege de buslijnruil met Syntus (de andere concessiehouder in Utrecht) en het door QBuzz gehanteerde uitgangspunt dat het werk binnen een vestiging door de chauffeurs van de betreffende vestiging moet worden ‘weggereden’, voor de vestiging Wijk bij Duurstede sprake van gemiddeld 33% meer weekend- en late diensten. QBuzz heeft er met het voorgenomen dienstrooster naar gestreefd deze verzwaring over alle chauffeurs van de vestiging Wijk bij Duurstede te verdelen. In het overlegtraject heeft QBuzz uit efficiencyoverwegingen aanvankelijk gekozen voor het geheel laten vervallen van het gebroken dienstrooster. Dit bleek echter veel weerstand op te roepen bij de betrokken werknemers, reden waarom QBuzz meerdere alternatieven heeft bedacht. Ook met het laatste alternatief van ‘roosterset 2c’ waren werknemers het niet eens, onder meer omdat zij menen dat niet getornd mag worden aan de bestaande voorkeursdiensten. In reactie op de instemmingsaanvraag van 22 december 2020 heeft de OR bij brief van 31 december 2020 aan QBuzz meegedeeld de verzochte instemming niet te verlenen. Voortgezet overleg tussen partijen heeft niet alsnog tot overeenstemming geleid. QBuzz verzoekt de kantonrechter toestemming te geven om het voorgenomen besluit tot invoering van ‘roosterset 2c’ te nemen.
Oordeel
Naar aanleiding van de beschikking van 29 november 2012 en het misverstand dat daarna is ontstaan, heeft de kantonrechter aanleiding gezien om in de onderhavige beschikking zijn overwegingen uit 2012 nog eens tegen het licht te houden. Dit leidt tot de verduidelijking dat de zwaarte van het belang van de werkgever al direct dient te worden beoordeeld in zijn verhouding tot dat van de werknemers. Bij een afweging is zoiets als een ‘absoluut’ gewicht eenvoudigerwijs onbestaanbaar: bij wegen of afwegen gaat het naar de aard der zaak om de mate waarin de balans naar deze of gene kant doorslaat. In het onderhavige geding heeft QBuzz benadrukt dat de voorgenomen invoering van ‘roosterset 2c’ onderdeel maakt van de maatregelen die concessiebreed moesten worden genomen nadat ten gevolge van de coronapandemie de reizigersaantallen sterk waren gedaald. De OR is van mening dat onvoldoende is onderzocht of het mogelijk is om even efficiënt te zijn, en evenveel kosten te besparen, zonder van de chauffeurs met een gebroken dienstrooster te verlangen ook in het weekend te werken. QBuzz heeft benadrukt dat haar er veel aan gelegen is om de ‘pijn’ die het personeel lijdt zo eerlijk mogelijk over alle werknemers te verdelen. De OR heeft nadelen opgesomd die het rijden van gebroken diensten met zich brengt. Bij die opsomming abstraheert de OR evenwel van de concrete situatie die zich in Wijk bij Duurstede voordoet. Die situatie is dat de chauffeurs die voor het gebroken dienstrooster opteren dichtbij wonen en daardoor veel minder hinder ondervinden van de (onbetaalde) onderbreking van hun diensten dan het geval is bij collega’s die verder weg wonen, en daarom graag zo’n rooster rijden tegen een hogere onregelmatigheidsvergoeding dan waarop zij anders aanspraak hebben. Als deze concrete situatie van de chauffeurs met een gebroken dienstrooster in ogenschouw wordt genomen, dan is de conclusie dat de belasting van die (acht) chauffeurs niet zwaarder is dan die van hun collega’s die een regulier rooster (met late- en weekenddiensten) rijden. QBuzz heeft dan ook een gerechtvaardigd belang bij de door haar voorgestane verdeling van de ‘pijn’ over beide groepen werknemers en het is vanuit bedrijfsorganisatorische en bedrijfssociale optiek begrijpelijk dat zij de chauffeurs met een gebroken dienstrooster niet heeft willen ontzien ten koste van de chauffeurs met een regulier rooster. Dit belang van QBuzz kwalificeert als ‘zwaarwegend’. Daarmee luidt de slotsom dat het voorgenomen besluit van QBuzz noodzakelijk is op grond van zodanige zwaarwegende bedrijfseconomische, -organisatorische en -sociale redenen dat de OR zijn instemming daaraan niet heeft mogen onthouden.