Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 21 juli 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:6163
Feiten
Werkneemster is in dienst bij Deen Distributie B.V. (hierna: Deen). De feiten in deze zaak ontbreken. Werkneemster vordert van Deen € 9.691,06 bruto voor te weinig uitbetaalde contracturen en € 1.772,11 bruto voor te weinig opgebouwde vakantie- en ATV-uren.
Oordeel
De kantonrechter staat voor de vraag of Deen te weinig loon aan de werkneemster heeft betaald wegens (1) een onterechte verrekening van de minderuren met de vakantie- en ATV-uren, (2) een te lage opbouw van vakantie- en ATV-uren en (3) een onjuiste functie-indeling. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is en wijst de vorderingen van werkneemster af. Ten aanzien van de verrekening van de minderuren overweegt de kantonrechter dat Deen terecht volgens bestendig gebruik de contracturen waarop werkneemster niet stond ingeklokt heeft afgeboekt op haar verlofsaldo. De kantonrechter acht het aannemelijk dat werkneemster op de hoogte was van deze werkwijze van Deen. Door steeds uit te klokken terwijl ze dit wist, heeft werkneemster met deze wijze van verrekening ingestemd. Als werkneemster zich niet kon verenigen met de werkwijze van Deen, had het op haar weg gelegen om dit met Deen te bespreken. Maar dat heeft ze niet gedaan. Daarmee heeft werkneemster bij Deen ook het vertrouwen opgewekt dat zij met deze feitelijke werkwijze heeft ingestemd. De stelling van werkneemster dat er structureel te weinig werk was waardoor zij eerder is uitgeklokt, wordt niet door de kantonrechter gevolgd. Uit de getuigenverklaringen blijkt namelijk dat de werknemers de keuze hadden om eerder uit te klokken als er te weinig werk was, maar dat dat niet verplicht was. Ook de stelling van werkneemster dat zij geen vakantie heeft opgenomen en Deen het verlofsaldo kunstmatig laag houdt, wordt niet door de kantonrechter gevolgd. De kantonrechter acht het ongeloofwaardig dat werkneemster nooit aaneengesloten vakantie heeft opgenomen in overleg met Deen. Uit een overzicht van werkneemster zelf blijkt dat zij de afgelopen jaren wel degelijk meerdere keren een bepaalde onafgebroken periode vakantie-uren heeft opgenomen. In deze periodes heeft zij haar recht op vakantie kunnen uitoefenen, waarmee is voldaan aan de recuperatiefunctie. Dit maakt dat Deen de minder gewerkte uren terecht heeft verrekend met de verlofsaldi, zodat de vordering van werkneemster wegens te weinig betaalde contracturen wordt afgewezen. Ten aanzien van de opgebouwde verlofuren merkt de kantonrechter op dat werkneemster aanspraak heeft op verlof over de overeengekomen arbeidsduur en niet over de overuren. Dat de overuren worden uitbetaald, betekent niet dat werkneemster daarover vakantie of ATV opbouwt, zodat ook deze vordering wordt afgewezen. De kantonrechter oordeelt tot slot dat werkneemster niet in de verkeerde functie is ingedeeld. Daarvoor is van belang dat de kerntaak van werkneemster het verpakken van vleesproducten is. Hoewel zij ook werkzaamheden deed die passen bij een andere functie, gaan de andere kerntaken van deze functie verder dan de werkzaamheden van werkneemster. De kantonrechter is daarom van oordeel dat Deen in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat de functie van werkneemster is aan te merken als die van productiemedewerker II. Op grond hiervan wordt ook de vordering van werkneemster wegens te weinig ontvangen uurloon afgewezen.