Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/CSU Personeel B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 19 juli 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:6670
Werkneemster heeft geen recht op (gedeeltelijke) transitievergoeding na urenvermindering, omdat zij minder dan 20% van haar uren heeft verloren. Geen sprake van substantiƫle vermindering van arbeidstijd (Kolom).

Feiten

Werkneemster was tot 1 januari 2021 voor 39,75 uur per week in dienst bij CSU Personeel B.V. (hierna: CSU). CSU heeft per 1 januari 2021 een project overgenomen van Asito. Werkneemster werkte tot 1 januari 2021 voor 15 uur per week op dat project, in dienst van Asito. CSU heeft aan werkneemster een aanbod gedaan voor een arbeidsovereenkomst voor het project dat van Asito was overgenomen. CSU moest zich daarbij houden aan de regels van de Cao voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf en de Arbeidstijdenwet en heeft daarom een aanbod gedaan om werkneemster voor in totaal maximaal 48 uur per week in dienst te nemen. Dat aanbod heeft werkneemster aangenomen. Zij heeft daardoor arbeidsuren verloren. Werkneemster werkte eerst 54,75 uur per week voor CSU en Asito samen en nu werkt zij 48 uur per week, alleen voor CSU. Werkneemster heeft aldus 6,75 uur per week aan arbeidsuren verloren. Werkneemster maakt in rechte aanspraak op een transitievergoeding wegens arbeidsurenverlies en verwijst daarbij naar de Kolom-uitspraak van de Hoge Raad (zie AR 2018-1037).

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. In de Kolom-beschikking heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een werknemer ook recht kan hebben op een transitievergoeding als er, door omstandigheden gedwongen, wordt overgegaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer. In genoemde uitspraak is ook overwogen dat het bij een substantiële vermindering van de arbeidstijd moet gaan om een vermindering van de arbeidstijd met ten minste twintig procent. Er is dus pas recht op een transitievergoeding bij een vermindering van arbeidsduren met ten minste twintig procent. In het onderhavige geval is daar geen sprake van, nu ‘slechts’ sprake is van een verlies van 6,75 uur aan arbeidsuren (minder dan 20%). Werkneemster heeft dan ook geen recht op een transitievergoeding. De kantonrechter wijst de vordering af.