Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 2 augustus 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:4091
Feiten
Werkneemster is op 20 juli 2015 in dienst getreden bij Action Nederland BV (hierna: Action) als winkelmedewerkster. Op 3 november 2018 heeft werkneemster tijdens haar werkzaamheden een confettikanon uit het schap met huishoudartikelen gepakt, omdat het daar niet hoorde te liggen. Terwijl werkneemster met het confettikanon in haar handen langs de schappen liep, is het confettikanon tot ontploffing gekomen in haar gezicht. Als gevolg van deze ontploffing heeft zij ernstig letsel aan haar linkeroog opgelopen. Het ongeval is op 15 november 2018 gemeld bij de Inspectie SZW. Werkneemster heeft op 21 november 2018 aan de arbeidsinspecteur verklaard dat zij de losse zogenoemde partypopper vond en dat de folie aan de bovenzijde was verwijderd. Ze verklaarde dat zij zich afvroeg wat er met de partypopper aan de hand was en dat zij er daarom inkeek, terwijl ze tegelijkertijd onbewust aan de partypopper heeft gedraaid. De arbeidsinspecteur heeft gerapporteerd dat hij het ongeval ziet als een ongelukkige samenloop van omstandigheden en dat er daarom geen nader onderzoek zal worden gedaan. Werkneemster vordert een verklaring voor recht dat Action aansprakelijk is voor de door haar geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval.
Oordeel
Partijen zijn het erover eens dat het oogletsel dat werkneemster heeft opgelopen is ontstaan in de uitoefening van haar werkzaamheden voor Action. Partijen verschillen wel van mening over hoe het confettikanon tot ontploffing is gekomen. Waar werkneemster ontkent dat zij aan het confettikanon heeft gedraaid en het confettikanon in haar beleving spontaan tot ontploffing kwam, meent Action dat op de camerabeelden te zien is dat zij haar handen in tegengestelde richting heeft gedraaid, waardoor zij het ontploffingsmechanisme heeft geactiveerd. Naar het oordeel van de kantonrechter kan uit de beelden niet worden afgeleid dat werkneemster bewust het ontploffingsmechanisme in werking heeft willen stellen. Tegelijkertijd sluiten de beelden niet uit dat zij dat mogelijk onbewust, met een lichte beweging van haar handen, heeft gedaan. Action voert aan dat het algemeen bekend is dat het ontploffingsmechanisme van een confettikanon in werking wordt gesteld door met beide handen in tegengestelde richting aan de koker te draaien en dat zij haar werknemers niet op dit risico hoefde te wijzen. De kantonrechter deelt deze opvatting niet. Van een werknemer wiens taak het is de veelheid aan steeds wisselende producten die Action verkoopt op te ruimen, hoeft niet te worden verwacht dat deze steeds de verpakking bestudeert alvorens een artikel te verplaatsen. Ook het verweer van Action dat sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden wordt verworpen. Dat een werknemer bij een oppervlakkig onderzoek van het confettikanon een zodanige beweging maakt dat deze onbedoeld tot ontploffing komt, is uiterst ongelukkig, maar niet zodanig onwaarschijnlijk dat redelijkerwijs niet van Action kan worden gevergd maatregelen te treffen ter voorkoming van een dergelijk ongeval. Gelet op de camerabeelden was er weinig voor nodig om het confettikanon te doen ontploffen. Dat Action duizenden artikelen in haar schappen heeft liggen en het ondoenlijk vindt haar werknemers te instrueren over het gevaar van één enkel product, ligt in haar risicosfeer en ontslaat haar niet van haar zorgplicht. De kantonrechter komt tot de slotsom dat Action haar zorgplicht heeft geschonden en aansprakelijk is voor het ongeval dat werkneemster is overkomen.