Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 20 juli 2021
ECLI:NL:RBOVE:2021:2938
Feiten
Werkneemster werkt sinds 13 februari 2003 bij Fa. Urker Vishandel (hierna: Fa. Urker). Werkneemster vordert dat de kantonrechter voor recht verklaart dat zij vanaf 2007 ingedeeld dient te zijn in de hoogste trede van functiegroep II van de cao voor de Visdetailhandel en dienovereenkomstig betaald dient te worden en dat Fa. Urker wordt veroordeeld om aan haar een bedrag van € 4.638,38 bruto aan achterstallig loon te betalen.
Oordeel
Fa. Urker erkent dat werkneemster onder functiegroep II valt, maar voert verweer tegen de hoogte van de loonvordering. Fa. Urker heeft overzichten ingebracht van de tussen 2014 en 2020 volgens de cao voor de Visdetailhandel geldende lonen. Volgens de nieuwe berekeningen van Fa. Urker heeft werkneemster een bedrag van € 1.900,47 te weinig ontvangen aan reguliere loonbetalingen. Hij stelt echter dat werkneemster gedurende de gehele periode waarop de vordering betrekking heeft, een maandelijkse persoonlijke toeslag heeft ontvangen van € 53,59 bruto per maand. Volgens Fa. Urker is deze toeslag geïntroduceerd om het verschil tussen het basisloon dat werkneemster ontving en het basisloon dat zij had moeten ontvangen, te compenseren. Werkneemster stelt daarentegen dat de genoemde bedragen niet volledig overeenkomen met de cao-overzichten die worden overgelegd. Daarnaast stelt zij dat de persoonlijke toeslag geen cao-compensatie is, maar dat dit de afkoop van haar ATV-rechten betreft. Omdat Fa. Urker nog geen gelegenheid heeft gehad om hierop te reageren zal de kantonrechter Fa. Urker hiertoe in de gelegenheid stellen. De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.