Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/De Jong Personele Diensten B.V. c.s.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 29 juli 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:6685
Ontslag op staande voet niet onverwijld gegeven en medegedeeld, nu de aangetekende brief werknemer pas vijf dagen later bereikt. Tussenliggende periode van vijf dagen geen ‘zeer korte tijdspanne’ volgens de kantonrechter. Ontslag op staande voet vernietigd. Loonvordering niet toewijsbaar, nu werkgeefster failliet is verklaard.

Feiten

Tussen partijen is op 10 juni 2014 een schriftelijke arbeidsovereenkomst aangegaan, waarin als werkgever wordt vermeld “De Jong Personele Diensten B.V.” (hierna: De Jong). Op 16 juli 2020 is werknemer op staande voet ontslagen. Personele Diensten Westerhoven B.V. (hierna: Westerhoven), de andere partij waartegen het verzoek is gericht, is op 8 september 2020 failliet verklaard. De curator heeft de arbeidsovereenkomst van werknemer, voor zover nodig, opgezegd tegen 30 oktober 2020. De Jong is ontbonden op 9 september 2020. Werknemer verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en De Jong dan wel de curator te veroordelen tot doorbetaling van het loon. Aan dit verzoek legt hij ten grondslag dat geen sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet. Volgens werknemer heeft zich geen dringende reden voor een ontslag op staande voet voorgedaan en is dat ontslag ook niet onverwijld gegeven en medegedeeld. De Jong heeft verweer gevoerd en gesteld dat de bv op 9 september 2020 is ontbonden. De curator heeft aangevoerd dat werknemer niet in zijn verzoek kan worden ontvangen, voor zover het gaat om de loonvordering, omdat die vordering alleen ter verificatie kan worden ingediend bij de curator. Verder stelt de curator dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. De Jong en de curator hebben beide het standpunt ingenomen dat alleen het failliete Westerhoven de werkgever was van werknemer en niet De Jong.

Oordeel

Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of werknemer recht heeft op doorbetaling van het loon. De kantonrechter zal alleen Westerhoven, waarvoor de zaak inmiddels wordt voortgezet door de curator, als werkgever van werknemer aanmerken, gelet op uittreksels van de registers van de Kamer van Koophandel, het loonheffingsnummer op de salarisspecificaties en de brief waarin het ontslag op staande voet is gegeven, die is ondertekend namens Westerhoven. Het verzoek gericht tegen De Jong wordt dus afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, alleen al omdat dit ontslag niet onverwijld is gegeven en de dringende reden daarvoor niet onverwijld is meegedeeld. De brief waarin het ontslag op staande voet (met als dringende reden: veelvuldig privégebruik van de bedrijfsbus, onbereikbaarheid in de afgelopen weken en verduistering van materieel uit de bedrijfsbus op 15 juni 2020) wordt bevestigd, dateert van 16 juli 2020, maar heeft werknemer pas op 21 juli 2020 bereikt. Dat is dus pas het moment waarop het ontslag op staande voet is medegedeeld. De tussenliggende periode van vijf dagen is onverenigbaar met de voor het ontslag op staande voet vereiste dringendheid en is ook geen ‘zeer korte tijdspanne’. Er is niet gebleken dat Westerhoven enige grond had voor deze vertraging. Dat Westerhoven ervoor heeft gekozen om het ontslag te geven via een aangetekende brief en dat zij de verzending van die brief per gewone post niet kan aantonen, komt voor haar rekening en risico. Westerhoven had het ontslag in aanvulling op de verzending van de brief van 16 juli 2020 ook aan werknemer kunnen meedelen met een e-mail, een sms of een WhatsApp-bericht, of door de ontslagbrief af te geven aan het adres van werknemer of aan hemzelf. Dat Westerhoven dit heeft nagelaten, komt ook voor haar rekening en risico. De conclusie is daarom dat het ontslag niet onverwijld is gegeven en dat dit ontslag en de dringende reden daarvoor ook niet onverwijld zijn meegedeeld. Het verzoek om vernietiging van het ontslag wordt toegewezen. De Faillissementswet staat niet in de weg aan vernietiging van het ontslag, maar wel aan de vordering tot loonbetaling. Die loonvordering kan op grond van artikel 26 Faillissementswet uitsluitend ter verificatie worden ingediend bij de curator.