Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Noorderpoort
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 20 augustus 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:8041
Vordering schadevergoeding op grond van artikel 7:611 BW wegens het niet beƫindigen van slapend dienstverband onder toekenning transitievergoeding ten onrechte bij verzoekschrift ingesteld. Toepassing wisselbepaling artikel 69 Rv.

Feiten

Werknemer is in 1998 in dienst getreden van Stichting Noorderpoort. Werknemer heeft zich op 1 februari 2014 ziekgemeld. Met ingang van 1 februari 2016 ontving werknemer een loongerelateerde WGA-uitkering van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Met ingang van 1 januari 2016 heeft werknemer gedeeltelijk pensioen aangevraagd en gekregen. Noorderpoort heeft werknemer op 30 oktober 2018 bericht dat zijn arbeidsovereenkomst op 1 december 2018 eindigt wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Werknemer heeft Noorderpoort op 21 oktober 2019 aansprakelijk gesteld, op grond van artikel 7:611 BW, voor de schade die hij heeft geleden als gevolg van het ontslag zonder toekenning van een transitievergoeding. Werknemer heeft bij inleidend verzoekschrift aanspraak gemaakt op schadevergoeding omdat volgens hem Noorderpoort zijn dienstverband eerder had moeten beëindigen onder toekenning van een transitievergoeding. Hij vorderde een schadevergoeding ter hoogte van de transitievergoeding tot een hoogte van € 76.000 en daarnaast schadevergoeding omdat zijn pensioen vervroegd is ingegaan waardoor zijn pensioenuitkering lager is geworden (schade volgens hem € 19.275 bruto) en een schadevergoeding omdat hij bij een eerder ontslag recht zou hebben gehad op een ABP-arbeidsongeschiktheidspensioen (schade volgens hem € 21.299,52 bruto). De kantonrechter heeft bij beschikking van 17 december 2020 de verzoeken afgewezen, onder veroordeling van werknemer in de kosten van de procedure. Werknemer heeft tegen die beschikking beroep ingesteld bij beroepschrift. De daarin opgenomen beroepsgronden hebben alleen betrekking op de afwijzing van de schadevergoeding wegens het niet toekennen van een transitievergoeding en de ten laste van werknemer uitgesproken proceskostenveroordeling.

Oordeel

Artikel 7:686a lid 2 BW bepaalt dat, als uitzondering op de uit de artikelen 78 en 261 Rv volgende hoofdregel dat procedures met een dagvaarding moeten worden ingeleid, de verzoekschriftenprocedure van toepassing is op gedingen die betrekking hebben op afdeling 9 van titel 10 van Boek 7 BW. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat, wanneer sprake is van een dergelijk geding, dan ook daarmee samenhangende andere vorderingen in de verzoekschriftenprocedure kunnen worden meegenomen. In deze zaak is geen sprake van een procedure die is gebaseerd op een van de bepalingen van afdeling 9 van titel 10 van Boek 7 BW. Artikel 7:611 BW waarop werknemer al zijn vorderingen baseerde, valt onder afdeling 1 van titel 10. Werknemer heeft ten onrechte zijn vorderingen als verzoekschrift bij de kantonrechter ingediend en in de procedure bij de kantonrechter is dat ten onrechte niet onderkend. Het hof moet zo nodig ambtshalve in hoger beroep beoordelen of de juiste procedure is toegepast en toepassing geven aan artikel 69 Rv ongeacht de fase waarin de procedure in hoger beroep verkeert. Het hof oordeelt dat deze procedure overeenkomstig de dagvaardingsprocedure gevoerd moet worden en zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen om de procedure als dagvaardingsprocedure voort te zetten. Het hof zal werknemer in de gelegenheid stellen om zijn stellingen aan te passen aan de in dagvaardingsprocedures geldende regels.