Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Roadservice De Kempen B.V.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 29 juli 2021
ECLI:NL:RBOBR:2021:3925
Werknemer hoeft studiekosten van tweede opleiding niet te vergoeden nu het voordien overeengekomen studiekostenbeding specifiek ziet op de eerst gevolgde opleiding.

Feiten

Werknemer is op 20 juli 2015 in dienst getreden bij Roadservice. Op 21 april 2016 hebben werknemer en Roadservice een ‘betalingsverklaring schoolkosten’ ondertekend, ten behoeve van de opleiding van werknemer aan het Summa College. Die verklaring houdt kort gezegd in, dat werknemer toestemming geeft aan Roadservice om voor hem het wettelijk cursusgeld plus de overige studiekosten voor de gehele duur van de opleiding te betalen en dat Roadservice zich tot betaling daarvan verplicht. Op 31 mei 2016 hebben werknemer, Roadservice en het Summa College een ‘beroepspraktijkvormingsovereenkomst’ ten behoeve van de (BBL-)opleiding Eerste Bedrijfsautotechnicus (verder te noemen: de eerste opleiding) van werknemer aan het Summa College ondertekend. Op 29 augustus 2016 hebben partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ondertekend. Tevens zijn partijen op die dag een leerwerkovereenkomst overeengekomen tot en met 31 juli 2019. In de arbeidsovereenkomst is onder andere opgenomen dat werknemer in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen twaalf maanden na afronding van de opleiding gehouden is tot terugbetaling van 5/6e deel van het hele bedrag voor de kosten van de eerste opleiding en wel tot een maximum bedrag van € 8.000. De eerste opleiding duurde van 29 augustus 2016 tot en met 31 juli 2019. In augustus 2019 is werknemer gestart met de (eveneens BBL-)opleiding Technisch Specialist (verder te noemen: de tweede opleiding). Op 23 april 2020 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst met Roadservice opgezegd tegen 31 mei 2020. Op 1 juni 2020 is werknemer bij een nieuwe werkgever in dienst getreden. Roadservice heeft werknemer een studiekostenoverzicht verstrekt. Hierop zijn, naast de kosten voor de eerste opleiding, tevens vergoede schooluren, facturen voor studieboeken, branchegerelateerde cursuskosten en kosten voor de tweede opleiding opgenomen, een en ander voor een totaalbedrag van € 8.980,80. Roadservice heeft de studiekosten van € 8.980,80 verrekend met de eindafrekening van € 2.962,27 en heeft aanspraak gemaakt op betaling door werknemer van het verschil ten bedrage van € 6.018,53. Werknemer vordert onder meer een verklaring voor recht dat de omvang van het tussen partijen overeengekomen studiekostenbeding moet worden begroot op een bedrag van € 2.596,69 en dat enkel en alleen dit bedrag aan Roadservice verschuldigd is in het kader van het tussen partijen overeengekomen studiekostenbeding. Tevens vordert werknemer veroordeling van Roadservice tot betaling aan werknemer van de financiële eindafrekening van het dienstverband, begroot op € 2.962,27 netto.

Oordeel

Bij de beoordeling strekt de uitspraak van de Hoge Raad inzake Muller/Van Opzeeland tot uitgangspunt. Daarin is ingegaan op de materiële vereisten ten aanzien van een studiekostenbeding waarin het terugvorderen van reeds betaald loon tijdens de studie is vastgelegd. Deze vereisten zullen in de praktijk betekenen dat een rechtsgeldig studiekostenbeding vrijwel altijd schriftelijk moet worden overeengekomen omdat mondeling niet snel gedetailleerde afspraken over deze vereisten zullen worden gemaakt. In deze zaak heeft Roadservice niet gesteld noch is gebleken dat mondeling met werknemer een gedetailleerde regeling is overeengekomen die aan de door de Hoge Raad gestelde eisen voldoet.

Kosten eerste opleiding

Werknemer erkent dat hij gehouden is de kosten in verband met de eerste opleiding aan Roadservice terug te betalen. Volgens werknemer bedragen deze kosten in totaal € 3.072,83 en dient hij op grond van het studiekostenbeding 5/6e deel van deze kosten terug te betalen, omdat het dienstverband binnen twaalf maanden na afronding van de eerste opleiding is beëindigd. Roadservice heeft in haar overzicht gerekend met een afbouwpercentage van 20% per jaar. Zij heeft toegelicht dat dit conform de gemaakte afspraken is. De kantonrechter begrijpt dat zij hiermee doelt op (artikel 11 van) een arbeidsovereenkomst van december 2019/januari 2020. Die arbeidsovereenkomst is echter niet door werknemer ondertekend en tegenover de gemotiveerde betwisting van werknemer staat niet vast dat zo’n beding tussen partijen is overeengekomen. Roadservice kan daar dus geen rechten aan ontlenen. Er wordt daarom uitgegaan van 5/6e deel van € 3.072,83, te weten € 2.560,69.

Kosten tweede opleiding

In het schooljaar 2019/2020 is werknemer met de tweede opleiding gestart. De kosten in verband met die opleiding bedragen € 588,00 + € 139,37 = € 727,37. Het studiekostenbeding in de arbeidsovereenkomst van 29 augustus 2016 ziet specifiek op de eerste opleiding. Hierboven is al geoordeeld dat Roadservice geen rechten kan ontlenen aan de niet door werknemer ondertekende arbeidsovereenkomst van december 2019/januari 2020. Daarmee is dus niet voldaan aan de door de Hoge Raad gestelde eisen. Bovendien heeft Roadservice ermee ingestemd de kosten voor werknemer te betalen. Als zij die kosten vervolgens op werknemer wil verhalen, had het op haar weg gelegen daar duidelijke afspraken over te maken en vast te leggen. Roadservice heeft dat nagelaten. Geconcludeerd wordt dat werknemer niet gehouden is tot (gedeeltelijke) terugbetaling van de kosten van de tweede opleiding. De slotsom is dat de door werknemer gevorderde verklaring voor recht over de omvang van het studiekostenbeding voor toewijzing in aanmerking komt. Dat geldt ook voor de gevorderde uitbetaling van de eindafrekening, met dien verstande dat het Roadservice is toegestaan de verschuldigde studiekosten van € 2.590,69 te verrekenen.