Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Atlas Services Group Merchant B.V. c.s.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 20 augustus 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:8737
Het uitglijden in een doucheruimte aan boord van een schip, is in de gegeven omstandigheden aan te merken als een “huis-, tuin- en keukenongeval”. Werkgever is niet tekortgeschoten in zijn zorgplicht en derhalve niet aansprakelijk voor de gevolgen van het gestelde ongeval.

Feiten

Werknemer is op 27 mei 2015 in dienst getreden van Atlas Services Group Merchant B.V. (hierna: Atlas). Atlas heeft werknemer met ingang van 1 juni 2016 uitgeleend aan Gareloch Support Services B.V. (hierna: Gareloch) om als kapitein op een schip te werken. Op 5 juni 2016 heeft werknemer voor aanvang van zijn werkzaamheden gedoucht. Vervolgens is werknemer naar aanleiding van zijn hulpgeroep, door collega’s liggend aangetroffen op de vloer buiten de douchecabine, gekleed, met zijn nek op de rand van de douchecabine en zijn benen in de gang die aansluit op de doucheruimte. Werknemer heeft zich op 6 juni 2016 ziekgemeld. Zijn arbeidsongeschiktheid heeft tot het einde van de arbeidsovereenkomst voortgeduurd. Werknemer heeft na het einde van de arbeidsovereenkomst met Atlas een ziektewetuitkering ontvangen tot 4 juni 2018. De verzekeraar van Atlas heeft aan werknemer een uitkering gedaan in verband met blijvende arbeidsongeschiktheid van € 225.000 bruto. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat Atlas en Gareloch hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval en hen te veroordelen alle door hem geleden en nog te lijden schade ten gevolge van dit ongeval te vergoeden. Atlas en Gareloch hebben de vordering gemotiveerd weersproken en concluderen tot afwijzing daarvan.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De zorgplicht van werkgever gaat niet zover dat hij werknemer moet waarschuwen voor algemeen bekende risico’s die als zodanig bij werknemer bekend mogen worden verondersteld, die alledaags van aard zijn en ook in de huiselijke sfeer voorkomen, en waarvan niet kan worden gezegd dat ze specifiek werkgerelateerd zijn, zoals in dit geval het algemeen bekende risico van uitglijden, verbonden aan het lopen met blote voeten over een natte ondergrond. Ook gaat die zorgplicht niet zover dat werkgever veiligheidsmaatregelen moet treffen ter voorkoming van de verwezenlijking van die risico’s. Van een werknemer mag redelijkerwijs worden verwacht dat hij de normale oplettendheid en voorzichtigheid in acht neemt. De omstandigheid dat een werknemer zich wel eens minder voorzichtig of oplettend kan gedragen doet hieraan niets af: voor min of meer dagelijks voorkomende situaties die een beperkt risico inhouden mag een minimale voorzichtigheid van werknemer worden verlangd. Wanneer de kantonrechter, nog steeds veronderstellenderwijs, uitgaat van werknemers laatste stelling dat hij is uitgegleden in of nabij de douche, dan gaat het in dit geval dus om het blootvoets lopen door werknemer in de net gebruikte en dus nog vochtige douchecabine, ofwel in de kleine doucheruimte waarin die cabine is opgesteld, ofwel in het stukje van de gang waarop deze doucheruimte uitkomt. Die situatie is niet specifiek gerelateerd aan werknemers werkzaamheden. Van hem mocht in die omstandigheden de normale voorzichtigheid worden verwacht temeer omdat hij de situatie ter plekke goed kende van eerdere werkzaamheden op het schip en van algemene bekendheid is dat bij het lopen met blote voeten op een vochtige of natte ondergrond het risico van uitglijden bestaat. De conclusie is dan ook dat Atlas noch Gareloch in de gegeven omstandigheden gehouden was tot waarschuwen en dat, als er een verplichting zou zijn geweest tot het treffen van maatregelen, het in die omstandigheden aan werknemer was om dat te doen. Atlas en Gareloch zijn dan ook niet tekortgeschoten in hun zorgplicht. Aansprakelijkheid van Atlas op grond van artikel 7:658 lid 2 BW en van Gareloch op grond van het vierde lid van dat artikel kan dan ook niet worden aangenomen. De vorderingen van werknemer worden daarom afgewezen.