Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 15 oktober 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:9721
Feiten
Werkneemster werkte vanaf 29 september 2020 tot 12 juli 2021 bij Flexworld B.V. als medewerkster glastuinbouw bij een kwekerij. In de arbeidsovereenkomst is de personeelsgids van Flexworld van toepassing verklaard. Hierin staat: “De uitzendkracht neemt eerst vakantiedagen op na overleg met de Opdrachtgever en na verkregen toestemming van de uitzendonderneming”. Op 6 mei 2021 heeft werkneemster via een app van Flexworld aan Flexworld geschreven dat zij vandaag en morgen om betaald verlof vraagt omdat zij vrije dagen nodig heeft om persoonlijke zaken te regelen. Flexworld heeft hiertoe geen toestemming gegeven. Op 6 mei 2021 schrijft Flexworld aan werkneemster dat zij geconstateerd heeft dat zij niet is verschenen bij haar inlener. Het loon van werkneemster zal worden opgeschort en als werkneemster zich niet binnen drie dagen meldt, gaat Flexworld ervan uit dat zij haar arbeidsovereenkomst op haar initiatief beëindigt. Op 8 mei 2021 heeft Flexworld werkneemster het volgende meegedeeld: “Wegens ongewettigde afwezigheden op het werk hebben we besloten om uw samenwerking per direct te beëindigen. Tot einde week verzoeken van u huisvesting te verlaten.” Flexworld schrijft op 10 mei 2021 dat zij de niet-aanwezigheid van werkneemster beschouwt als een opzegging van de arbeidsovereenkomst van haar kant. Werkneemster verzoekt de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Flexworld te vernietigen en Flexworld te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 5.000. Flexworld verzoekt werkneemster te veroordelen tot betaling van een boete van €7.500.
Oordeel
De kantonrechter overweegt dat werkneemster bij bericht van 8 mei 2021 door Flexworld op staande voet is ontslagen. Werkneemster had daarom tot 8 juli 2021 de tijd om de kantonrechter te vragen het ontslag op staande voet te vernietigen. Het verzoekschrift is echter ingediend op 9 juli 2021, dus een dag te laat. Werkneemster moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek. Zou werkneemster wel ontvankelijk zijn geweest in haar verzoek, dan had de kantonrechter geoordeeld dat Flexworld haar terecht op staande voet heeft ontslagen. Vernietiging was daarom niet aan de orde is geweest. Van Flexworld kan redelijkerwijs niet gevergd worden een arbeidsovereenkomst te laten voortduren met een werkneemster die zonder toestemming niet op haar werk verschijnt en die vervolgens ook niet ingaat op het redelijke verzoek binnen drie dagen contract op te nemen. Voor Flexworld restte op 8 mei 2021 dan ook niets anders dan werkneemster op staande voet te ontslaan. Werkneemster lijkt te stellen dat op 6 en 7 mei 2021 sprake was van een noodsituatie, waardoor zij verlof moest opnemen. De regels rond opnemen van verlof gelden uiteraard niet als zwaarwegende persoonlijke belangen van werkneemster daaraan in de weg staan. Werkneemster heeft haar noodsituatie echter niet concreet uitgelegd. Het enige wat werkneemster in dit verband gezegd heeft, is dat haar zoon op 6 mei 2021 belde met de mededeling dat hij problemen had met de auto. Zonder nadere uitleg, die werkneemster dus niet gegeven heeft, kan de kantonrechter in problemen met een auto geen noodsituatie zien. Wat hier echter ook van zij, dat werkneemster een dringende reden had om vrij te nemen, lijkt niet te stroken met het feit dat werkneemster tijdens haar ongeoorloofde verlof op 6 mei 2021 (volgens Flexworld) dan wel op 7 mei 2021 (naar eigen zeggen) wel aan het werk is gezien in een supermarkt in Hoek van Holland. Met betrekking tot de boete overweegt de kantonrechter dat dit niet toewijsbaar is. Een redelijke uitleg van het verbod ‘zonder toestemming in werktijd werk verrichten’ brengt mee dat wordt bedoeld dat werkneemster zich tijdens haar aanwezigheid in de kwekerij niet bezig mag houden met andere werkzaamheden. Hoewel zij ongeoorloofd afwezig was en daarom op staande voet ontslagen is, was werkneemster op 6 en 7 mei 2021 niet aanwezig in de kwekerij en kon zij deze bepaling in de gedragsregels dus niet overtreden.