Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 5 oktober 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:2999
Feiten
Werkgeefster houdt zich bezig met dakrenovatie en nieuwbouw van hellende daken. Per 19 februari 2018 is werkgeefster ingezet bij een project inhoudende de dakrenovatie van 289 huurwoningen te Middelburg. Werkgeefster had hiervoor werknemer ingeleend als dakdekker. Voor dit project was door de betrokken aannemers, waaronder werkgeefster, een Veiligheids- en Gezondheidsplan (hierna: het V&G-plan) opgemaakt. Verder heeft werkgeefster een rapport Risico Inventarisatie en Evaluatie van 4 juli 2008 (hierna: de RI&E) overgelegd. Op 4 juni 2018 was werknemer werkzaam op het project Middelburg. Die ochtend rond 10.00 uur is werknemer tijdens het afdalen van een ladder gevallen en daarbij op zijn linkerknie terechtgekomen. Een ambulance is ter plaatse gekomen, werknemer is onderzocht en het ambulancepersoneel heeft geen aanleiding gezien werknemer mee te nemen voor verder onderzoek of behandeling. Later die dag is werknemer met zijn leidinggevende naar een huisarts gegaan vanwege aanhoudende pijnklachten aan de knie. Die huisarts heeft werknemer doorverwezen voor het maken van röntgenfoto’s. Uit het verslag van de afdeling Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis te Goes van 5 juni 2018 volgt dat die dag röntgenonderzoek heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft een collega-huisarts werknemer op 5 juni 2018 verwezen naar de afdeling Orthopedie van het ziekenhuis te Goes. Werknemer is na het ongeval ongeveer twee weken wegens arbeidsongeschiktheid thuis geweest. Vervolgens heeft werknemer, met een brace om zijn knie, zijn werkzaamheden voor werkgeefster op het project Middelburg hervat. Op maandagavond 9 juli 2018 schrijft werknemer in een e-mail aan werkgeefster: ‘I want to inform you that I will not be at work tomorrow because my knee hurts a lot’. Nadien heeft werknemer niet meer voor werkgeefster gewerkt. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat werkgeefster jegens werknemer aansprakelijk is ter zake van het door hem opgelopen letsel op of omstreeks 4 juni 2018. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt werkgeefster met twintig grieven op.
Oordeel
Zorgplichtschending
Partijen zijn het erover eens dat werknemer op 4 juni 2018 bij het afdalen van een ladder op zijn linkerknie is gevallen. Hiermee staat vast dat werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden. De volgende vraag die dan beantwoord moet worden is of werkgeefster aan haar zorgplicht heeft voldaan. Het eenvoudig misstappen van een ladder is niet of nauwelijks te voorkomen, zodat niet goed voorstelbaar is welke maatregelen werkgeefster had moeten treffen om het ongeval te voorkomen. Er is sprake van een huis-, tuin- en keukenongeval en dus van een ongelukkige samenloop van omstandigheden op grond waarvan aansprakelijkheid van werkgeefster niet kan worden aangenomen. De rechtbank heeft nagelaten te vermelden welke zorgplicht werkgeefster heeft geschonden en welke maatregelen zij had moeten nemen of welke instructies zij had moeten geven aan werknemer. Werknemer werpt onder meer op dat 4 juni 2018 een regenachtige dag was en dat hij toen van een gladde ladder is gevallen, terwijl slipbeveiliging wel is vereist ingevolge artikel 7.23a lid 1 sub b onder 2 Arbeidsomstandighedenbesluit. Deze stelling komt erop neer dat werkgeefster volgens werknemer haar zorgplicht heeft verzaakt door geen ladder die aan de wettelijke veiligheidseisen voldoet ter beschikking te stellen. Werkgeefster heeft verklaard dat het een voor de onderhavige werkzaamheden gebruikelijke (aan de steiger vastgezette) ladder met gebruikelijke treden, dus zonder antislipbeveiliging, betrof. Nu het stijgen op en dalen van een ladder zonder antislipbeveiliging geen bijzondere kennis en vaardigheden vereist, en ook geregeld in privétijd door werknemers wordt gedaan voor klussen in en rondom huis of elders, valt niet in te zien dat van werkgeefster verwacht had mogen worden dat de treden van de desbetreffende ladder een antislipbeveiliging hadden. Het ongeval van werknemer heeft, uitgaande van enkel de ladder met treden zonder antislipbeveiliging als oorzaak van het ongeval, niet plaatsgevonden in een werkomgeving of tijdens werkzaamheden, die zodanige risico's van dit soort ongevallen opleveren dat de zorgplicht van werkgeefster meebracht dat zij maatregelen had moeten treffen in de vorm van het aanbrengen van antislipbeveiliging op de treden van de desbetreffende ladder om een valongeval als dat van werknemer te voorkomen.
Causaal verband
In dit verband is wel van belang of werknemer al dan niet zijn handen vol had bij het afdalen van de trap. Indien deze stelling vast komt te staan, dan heeft werkgeefster haar zorgplicht, mede gelet op artikel 7.23a lid 2 sub a van het Arbeidsomstandighedenbesluit, verzaakt. Naar de eigen stelling van werkgeefster stond de leidinggevende van werknemer immers boven werknemer op de trap, zodat in dat geval klaarblijkelijk onvoldoende is toegezien op de naleving van de binnen werkgeefster geldende praktijk dat gereedschap in de ochtend naar boven werd gebracht met een kraan of een lift, en niet met de hand. Daarmee is dan ook het causaal verband tussen de zorgplichtschending en het ongeval gegeven. Werknemer heeft ter betwisting van het gemotiveerde verweer van werkgeefster dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan aangevoerd dat hij met beide handen vol de ladder is afgedaald. Het hof heeft ter zitting aan de orde gesteld of en zo ja, hoe het mogelijk is om met beide handen vol een ladder af te dalen. Volgens werkgeefster is het onmogelijk om de desbetreffende ladder, die in een hoek van ongeveer 40 graden staat, af te dalen, zonder dat de handen de ladder vasthouden. Werknemer is op de mondelinge behandeling in hoger beroep niet verschenen, waardoor het hof geen antwoord hierop van hem heeft gekregen. Zijn advocaat heeft ter zitting enkel veronderstellingen (met een paar vingers de trap vasthouden en omhelzen van de ladder door werknemer) geuit. Het hof acht het verweer van werkgeefster dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan daarom voorshands bewezen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is de stelling van werknemer dat hij met beide handen vol de ladder is afgedaald ongeloofwaardig, omdat algemeen bekend is dat dat (fysiek) niet of nauwelijks mogelijk is. Werknemer zal overeenkomstig zijn aanbod in eerste aanleg, in aanmerking genomen de devolutieve werking van het hoger beroep, in de gelegenheid worden gesteld om tegenbewijs te leveren tegen het verweer van werkgeefster dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.