Rechtspraak
, 13 oktober 2021Feiten
De zes bij deze zaak betrokken werknemers werken bij de PI Vught als Zorg Behandel Inrichtings Werker op de afdeling Zeer Intensieve Specialistische Zorg (ZISZ). Op de arbeidsrelatie is de cao Rijk van toepassing. De cao Rijk stelt in paragraaf 7.7 dat werknemers die onder bezwarende omstandigheden werken, recht hebben op een toelage. Werknemers hebben op 5 april 2017 de toenmalig directeur verzocht om een dergelijke toelage en/of een onderzoek naar de bezwarende omstandigheden in te stellen. Werkgever heeft hier destijds afwijzend op gereageerd. Medio 2018 heeft werkgever (naar aanleiding van een door werknemers ingestelde bezwaarprocedure) alsnog besloten een onderzoek door TNO in te stellen. TNO heeft geconcludeerd dat sommige aspecten van het werk op de ZISZ-afdeling inderdaad belastender zijn, bijvoorbeeld op het gebied van agressie, menselijk leed en concentratie. Op 10 maart 2021 heeft werkgever een nieuw besluit genomen inzake het verzoek tot het toekennen van een toelage en het voornemen naar voren gebracht dat de werkzaamheden minder bezwarend worden gemaakt. Werknemers zijn van mening dat de PI hen ten onrechte geen toelage ex paragraaf 7.7 van de cao Rijk heeft toegekend in verband met de bezwarende omstandigheden waaronder zij hun werkzaamheden verrichten en verzoeken de Geschillencommissie Rijk te bepalen dat deze toelage alsnog met terugwerkende kracht moet worden uitbetaald. Zij stellen dat sprake is van bezwarende omstandigheden die recht geven op deze toelage, onder meer nu wordt gewerkt met patiënten met ernstige psychiatrische gedragsstoornissen, waardoor werknemers tijdens het werk dagelijks worden geconfronteerd met agressie, intimidatie en/of bedreiging, met geregeld ernstige incidenten, waarbij sprake is van een grote emotionele belasting. Voorts heeft het onderzoek van TNO bevestigd dat sprake is van dergelijke bezwarende omstandigheden, aldus werknemers.
Oordeel
Paragraaf 7.7 van de cao Rijk bepaalt dat de werkgever jaarlijks met vakbonden afspreekt bij welke functies sprake is van bezwarende omstandigheden. De commissie stelt vast dat in de periode waar het verzoek op ziet (vanaf 2017) niet jaarlijks overleg heeft plaatsgevonden over de bezwarendheid van de functie van werknemers en dat de functie van werknemers niet op de lijst met bezwarende functies is geplaatst. Om die reden is naar het oordeel van de commissie in de onderhavige procedure geen ruimte voor het oordeel dat werknemers op grond van paragraaf 7.7 recht hebben op de toelage waar zij om hebben verzocht. Recht op een toelage op deze rechtsgrond bestaat immers pas nadat overleg tussen de werkgever en de vakbonden is gevoerd en indien de functie vervolgens op de lijst wordt geplaatst. De commissie acht zich niet bevoegd tot het oordeel dat de functie op de lijst moet worden geplaatst. Naar het oordeel van de commissie bestaat in dit geval echter wel aanleiding om aan werknemers een financiële tegemoetkoming naar redelijkheid toe te kennen. Het had namelijk op de weg van werkgever gelegen om, toen werknemers hun verzoek tot het toekennen van een toelage indienden, werknemers erop te wijzen dat het vaststellen van de functie als functie met bezwarende werkomstandigheden in overleg met de vakbonden diende plaats te vinden. Dit heeft zij echter niet gedaan, maar zij heeft het verzoek en de bezwaarprocedure in behandeling genomen zonder met een woord jegens werknemers over dit overlegvereiste te reppen. Daarbij komt dat de vakbonden wel degelijk betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het onderzoek van TNO. De commissie acht het op grond van het TNO-onderzoek en hetgeen werknemers hebben aangevoerd in voldoende mate vaststaan dat zij werkzaam zijn onder bezwarende omstandigheden. Tijdens een Georganiseerd Overleg van 18 maart 2021 heeft de hoofddirecteur van DJI bovendien de verwachting gewekt dat werknemers een financiële tegemoetkoming zouden ontvangen. Deze omstandigheden in acht genomen vindt de commissie dat werkgever op grond van goed werkgeverschap ex artikel 7:611 BW een financiële tegemoetkoming naar redelijkheid aan werknemers toe zou moeten kennen. De commissie geeft daarbij een aantal gezichtspunten mee die bij die toekenning in acht moeten worden genomen. De commissie adviseert werkgever om naar aanleiding van deze uitspraak met de vakbonden in overleg te treden over hoe de financiële tegemoetkoming naar redelijkheid moet worden vastgesteld en over de vraag of de functie van werknemers eventueel alsnog op de lijst met functies met bezwarende omstandigheden moet worden geplaatst.