Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Kivo Plastic Verpakkingen B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 7 oktober 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:10084
Kantonrechter twijfelt aan juistheid deskundigenoordeel UWV (aangeboden arbeid is passend). WIA-beoordeling (geen benutbare mogelijkheden) valt zonder nadere toelichting niet met dit deskundigenoordeel te rijmen. UWV wordt verzocht een schriftelijke toelichting te geven.

Feiten

Werknemer is sinds november 2013 in dienst van Kivo Plastic Verpakkingen B.V. (hierna: Kivo) als operator printing. Op 1 april 2019 is werknemer wegens ziekte uitgevallen voor zijn werk. Kivo heeft werknemer eind september 2020 opgeroepen om op 5 oktober 2020 te komen werken voor twee keer twee uur per week, zonder werkdruk. Werknemer heeft aangegeven zich daartoe niet in staat te achten. De bedrijfsarts heeft aangegeven de aangeboden werkzaamheden passend te vinden. Ook het UWV heeft in een deskundigenverklaring geoordeeld dat die werkzaamheden geschikt en passend zijn voor werknemer. Kivo heeft toen de loonbetaling per 5 oktober 2020 stopgezet. Op verzoek van werknemer heeft een andere bedrijfsarts een second opinion gegeven. In een advies van 18 december 2020 staat dat deze bedrijfsarts ‘geen salomonsoordeel’ kan vellen over de re-integratie. Wel wordt geadviseerd zo snel mogelijk informatie op te vragen bij de GGZ, omdat er op het vlak van persoonlijk functioneren mogelijk toch meer beperkingen zijn dan eerst werd aangenomen. Op 23 december 2020 heeft Kivo de loonbetaling hervat. Aan werknemer is begin 2021 een WIA-uitkering toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Werknemer vordert veroordeling van Kivo tot betaling van achterstallig salaris. Hij stelt dat Kivo ten onrechte enige tijd het loon heeft stopgezet. Voorts stelt werknemer dat de medische beoordeling door de bedrijfsarts en de verzekeringsarts onjuist is geweest.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Gelet op het advies van de bedrijfsarts en de deskundigenverklaring van het UWV zou in beginsel kunnen worden aangenomen dat werknemer op 5 oktober 2020 medisch gezien geschikt was om de door Kivo aangeboden werkzaamheden te verrichten en dat die werkzaamheden passend waren. Daarvan uitgaande zou moeten worden geoordeeld dat Kivo terecht de loonbetaling heeft gestopt op 5 oktober 2020 en dat werknemer over de periode dat hij heeft geweigerd passende arbeid te verrichten geen recht heeft op loon. Maar de kantonrechter kan werknemer volgen in zijn standpunt dat er redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van het advies van de bedrijfsarts en de deskundigenverklaring van het UWV. In het kader van de WIA-beoordeling heeft het UWV geoordeeld dat werknemer géén benutbare mogelijkheden heeft en dat een verbetering door behandeling pas na ongeveer een jaar te verwachten is. Uit deze rapportage volgt dus dat het UWV werknemer in het geheel niet in staat acht te werken, ook niet in lichte werkzaamheden of voor een beperkt aantal uren. Deze beoordeling valt zonder nadere toelichting niet goed te rijmen met de eerdere deskundigenverklaring van het UWV. Weliswaar zien beide beoordelingen op verschillende data, maar uit de stukken blijkt niet dat de medische situatie van werknemer wezenlijk is gewijzigd in die periode en evenmin dat sprake is geweest van een ingrijpende verslechtering van zijn gezondheidssituatie. Ook is na de deskundigenverklaring medische informatie beschikbaar gekomen die de verzekeringsarts niet heeft kunnen meewegen bij de beoordeling. Onder meer vanwege het voorgaande verzoekt de kantonrechter de verzekeringsarts van het UWV de deskundigenverklaring schriftelijk toe te lichten en aan te vullen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.