Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Isero B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 28 oktober 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:11488
Vordering werknemer tot schorsing van het concurrentiebeding gedeeltelijk toegewezen. Beperking van de reikwijdte en de duur van het concurrentiebeding.

Feiten

Werknemer is sinds 1 september 2006 in dienst van werkgeefster. In augustus 2013 wordt werknemer aangesteld in de functie van telefonisch verkoper. In de nieuwe arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding overeengekomen voor de duur van een jaar, met als beperking een gebied dat is gelegen binnen een cirkel met een straal van 20 kilometer, met als middelpunt de gemeenten waarin een vestiging van werkgeefster is gelegen. Op 16 september 2019 is de statutaire naam van werkgeefster gewijzigd in Isero B.V. Isero is een bedrijf dat handelt in ijzerwaren. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst met Isero opgezegd per 31 augustus 2021 en is per 1 september 2021 als commercieel medewerker binnendienst in dienst getreden van een concurrent van Isero. Deze concurrent is gevestigd in Numansdorp. Werknemer wordt gehouden aan het concurrentiebeding. Werknemer vordert in kort geding algehele schorsing van het concurrentiebeding en indien het beding niet geheel wordt geschorst de reikwijdte van het beding te matigen tot een straal van maximaal 18 kilometer om de vestiging van Isero, waardoor hij in Numansdorp werkzaam kan zijn. Ook vordert werknemer de duur van het concurrentiebeding te matigen tot zes maanden.

Oordeel

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moeten de vorderingen van werknemer gedeeltelijk worden toegewezen. Dat oordeel wordt als volgt toegelicht. De naamswijziging naar Isero speelt geen rol omdat het daarbij om dezelfde werkgeefster gaat. Ook het standpunt van werknemer dat er door de groei van het aantal vestigingen sprake is van een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding die voor hem onvoorzienbaar was en tot gevolg heeft gehad dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken, wordt niet gevolgd. Isero heeft op dit punt aangedragen dat er in de laatste 15 jaar een groei in het aantal vestigingen heeft plaatsgevonden en dat het personeel altijd actief wordt betrokken bij alle ontwikkelingen binnen Isero. De voorzieningenrechter stelt zich daarom op het standpunt dat er geen sprake is van een ingrijpende wijziging die voor werknemer niet onvoorzienbaar was. De voorzieningenrechter gaat over tot een belangenafweging. Het belang van Isero om haar klantenkring te beschermen wordt afgezet tegen het belang van werknemer van een vrije arbeidskeuze en het verkrijgen van betere arbeidsvoorwaarden. Werknemer heeft op basis van een ingebracht krantenartikel aangevoerd dat de vestigingen zich concentreren op een regionaal verzorgingsgebied. Isero betwist dat er sprake is van een uitsluitend regionale aanpak en dat het concurrentiebeding van toepassing is op alle vestigingen van Isero. Isero heeft wel toegegeven dat werknemer al 10 jaar werkzaam is op de vestiging en als geen ander is ingevoerd in de plaatselijke markt. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat Isero onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waarom het concurrentiebeding van toepassing zou moeten zijn op alle vestigingen, terwijl het belang van werknemer duidelijk is omdat hij gezien het (inmiddels) grote aantal vestigingen van Isero in vrijwel heel Nederland niet aan de slag zou kunnen gaan. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel het concurrentiebeding gedeeltelijk te schorsen. Die gedeeltelijke schorsing komt neer op een beperking van de reikwijdte tot een gebied dat is gelegen binnen een cirkel met een straal van 20 kilometer met als middelpunt de vestiging van Isero in de plaats van de gemeente waarin de vestiging is gelegen. Deze beperking geldt tot 1 maart 2022, waarna het concurrentiebeding geheel wordt geschorst.