Naar boven ↑

Rechtspraak

Nancy/werknemer
Hoge Raad, 3 december 2021
ECLI:NL:HR:2021:1810
Procesrecht: hof heeft aktewisseling met lagere loonaanspraak niet kenbaar betrokken in oordeelsvorming

Feiten

Werknemer is sinds 3 december 2007 bij Nancy Schoonmaakbedrijf in dienst en verricht werkzaamheden als schoonmaker bij een vleesverwerkingsbedrijf in Rotterdam. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf van toepassing. Op basis van de cao dient een werknemer in een loongroep te worden ingedeeld met inachtneming van de referentiefuncties. Voor de functies medewerker schoonmaakonderhoud industrieel I en II zijn in het toepasselijke NOK-schema beschrijvingen opgenomen en ingevolge bijlage II van de cao krijgt de medewerker schoonmaakonderhoud industrieel II een functietoeslag van 5% bovenop het voor beide functies geldende salaris in loongroep 1. Werknemer meent dat hij recht heeft op betaling conform loongroep 1 plus een functietoeslag van 5%. Tussen partijen is in geschil of de functie-indeling correct heeft plaatsgevonden. Bij tussenvonnis van 14 september 2018 heeft de kantonrechter – kort samengevat – overwogen dat werknemer als medewerker algemeen schoonmaakonderhoud moet worden aangemerkt en in loongroep 1 valt (zonder 5% functietoeslag).  Na het horen van getuigen heeft de kantonrechter bij vonnis van 7 juni 2019 geoordeeld dat Nancy geslaagd was in het leveren van het bewijs dat een 38-urige werkweek was overeengekomen maar niet geslaagd was in het leveren van het bewijs dat werknemer (onbetaald) verlof had genoten. Werknemer kan zich met de vonnissen van de kantonrechter niet verenigen en vordert in hoger beroep onder meer achterstallig salaris vanwege een te laag bruto-uurloon vanwege de verkeerde functie-indeling. In het bestreden arrest is het schoonmaakbedrijf veroordeeld tot onder meer een nabetaling aan achterstallig salaris van € 29.964,70 bruto, met wettelijke verhoging van 50%. In cassatie klaagt het schoonmaakbedrijf dat de hoogte van dit bedrag onbegrijpelijk is en dat het hof de nadere aktewisseling die na comparitie heeft plaatsgevonden over het hoofd heeft gezien. Het schoonmaakbedrijf heeft in zijn nadere akte een herberekening laten opstellen van de nabetalingen waarop werknemer nog recht heeft, waarna de werknemer in zijn antwoordakte die berekeningen deels zou hebben erkend. Die berekeningen sluiten op een lager bedrag dan waartoe het hof het schhonmaakbedrijf heeft veroordeeld.

Oordeel

De Hoge Raad oordeelt als volgt. 

Aktes niet kenbaar betrokken in oordeelsvorming

Uit de overweging van het hof blijkt dat de nadere akte van Nancy en de antwoordakte van de werknemer deel uitmaken van het procesdossier in dit geding. Uit r.o. 5.7 van het arrest blijkt dat het hof bij de bespreking van de betwisting door Nancy van de omvang van de loonvordering van de werknemer heeft verwezen naar de memorie van antwoord in hoger beroep en de conclusie na comparitie in eerste aanleg, maar dat het de nadere stellingname van partijen over de hoogte van de achterstallige loonbetalingen daarbij niet heeft betrokken. Aldus heeft het hof hetzij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd. De klacht slaagt dus. Gelet op het voorgaande behoeven de overige klachten geen behandeling.

Kosten cassatie gereserveerd

Werknemer heeft de met succes bestreden beslissing van het hof niet uitgelokt of verdedigd. De kosten van het geding in cassatie zullen daarom worden gereserveerd.