Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 augustus 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2189
Feiten
Sushi One exploiteert een gelijknamig afhaalrestaurant van Japanse maaltijden. Sushi One heeft vanaf 6 september 2019 als beherende vennoten vennoot 1 en vennoot 2. Daarvoor waren dat X en Y, die hun onderneming op genoemde datum aan vennoot 1 en vennoot 2 hebben verkocht. Volgens Sushi One was werknemer voordien in feite ook beherend vennoot van (de oude) Sushi One. Werknemer heeft vanaf oktober 2018 als kok werkzaamheden verricht bij restaurant Sushi One. Hij ontving over de maanden oktober 2018 tot maart 2019 maandelijks een bedrag van € 1.500 onder vermelding van ‘salaris’. Daarna ontving hij wisselende bedragen onder vermelding van ‘salaris’ over de maanden maart 2019 tot en met augustus 2019. Werknemer heeft na 6 september 2019 geen gelden meer van Sushi One ontvangen. Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter Sushi One in kort geding onder meer veroordeeld tot betaling van het achterstallig loon over de maanden september, oktober, november en december 2019. De kantonrechter heeft daartoe overwogen dat werknemer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanaf 1 maart 2019 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft gesloten met de voorganger van Sushi One c.s., en dat hij op dit moment arbeidsongeschikt is. Ook is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal concluderen dat de overname door Sushi One c.s. op 6 september 2019 een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW is. Sushi One c.s. is hiervan in hoger beroep gekomen en vordert schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan. Bij de toepassing van deze maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(en) berust(en) op een kennelijke misslag. Voor zover Sushi One c.s. de onderhavige incidentele vordering baseren op inhoudelijke bezwaren tegen het bestreden vonnis, heeft te gelden dat het hof in het kader van dit incident niet op die bezwaren kan ingaan en dat thans op het oordeel in de hoofdzaak niet kan worden vooruitgelopen. Voorts is niet gebleken dat het bestreden vonnis op een kennelijke – feitelijke of juridische – misslag berust. De kennelijk door werknemer bestreden stelling van Sushi One c.s. dat sprake is van een vooropgezet plan om de loonkosten van werknemer op Sushi One c.s. te kunnen afwentelen, is thans onvoldoende aannemelijk en zal pas in de hoofdzaak kunnen worden onderzocht. Voor zover Sushi One c.s. tevens een beroep doen op de afwezigheid van een in redelijkheid te respecteren belang van werknemer bij tenuitvoerlegging, acht het hof die stelling onvoldoende toegelicht, mede in aanmerking genomen dat een belang bij tenuitvoerlegging van een vonnis waarbij een geldvordering is toegewezen in beginsel wordt verondersteld. Ook voor het overige hebben Sushi One c.s. niet voldoende aannemelijk gemaakt dat er omstandigheden zijn die meebrengen dat hun belangen bij behoud van de bestaande situatie zolang niet op het hoger beroep is beslist, zwaarder wegen dan het belang van werknemer bij de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis. Op grond van het voorgaande wordt de incidentele vordering van Sushi One c.s. tot schorsing van de tenuitvoerlegging afgewezen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.