Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 22 december 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:10064
Feiten
Werknemer is sinds 9 juni 2010 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst bij werkgeefster tegen een loon van € 2.645,15 bruto per maand. Werkgeefster heeft verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding, onder toekenning van een transitievergoeding aan werknemer. Volgens werkgeefster is geen sprake meer van een vruchtbare samenwerking en is herplaatsing niet mogelijk gebleken. Werknemer heeft erkend dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding.
Oordeel
Volgens de kantonrechter is sprake van een redelijke grond voor ontbinding op grond van artikel 7:671b lid 1 sub a BW in samenhang met artikel 7:669 lid 3 sub g BW en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van werknemer. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 februari 2022. Werknemer maakt aanspraak op een transitievergoeding in de omvang van twee brutomaandlonen, in totaal € 5.290,30 bruto. Werkgeefster wordt veroordeeld tot betaling van die vergoeding.