Naar boven ↑

Rechtspraak

Well Guidance B.V. c.s./werknemer c.s.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 15 februari 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:1444
Vennootschapsrechtelijk ontslag van bestuurder heeft rechtsgeldig plaatsgevonden. Rechtbank verklaart zich onbevoegd ten aanzien van overige vorderingen en verzoeken gebaseerd op een arbeidsovereenkomst.

Feiten

Well Guidance B.V. (hierna: Well Guidance) is op 30 april 2018 opgericht. Well Guidance houdt zich bezig met dienstverlening op het gebied van energiewinning. Als statutair bestuurders en tevens aandeelhouders van Well Guidance zijn benoemd The Count Holding B.V., Fabi Pro B.V., Gyro Guidance B.V. en Quantum Fun Holding B.V. Laatstgenoemde vennootschap is per 4 augustus 2021 uitgetreden als bestuurder. Bestuurder van The Count Holding (hierna: werknemer) is op 1 november 2018 in dienst getreden bij Well Guidance. De functie van werknemer is Managing Director met een salaris van € 5.775 bruto per maand. Werknemer is op 18 oktober 2021 op staande voet ontslagen waarbij als dringende reden voor het ontslag onder meer is genoemd dat werknemer namens Well Guidance per 1 januari 2021 een arbeidsovereenkomst is aangegaan met een vriendin van hem, en dat door Well Guidance over de periode van 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021 ook loonbetalingen aan die vriendin zijn gedaan, terwijl die vriendin niet daadwerkelijk in dienst is getreden en nooit werkzaamheden heeft verricht voor Well Guidance. The Count Holding (waarvan werknemer bestuurder is) is op 18 oktober 2021 in de algemene vergadering van aandeelhouders ontslagen als statutair bestuurder van Well Guidance. Well Guidance c.s. verzoeken voor recht te verklaren dat het vennootschapsrechtelijk ontslag van The Count Holding en/of werknemer rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, dat de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Well Guidance met ingang van 18 oktober 2021 tot een rechtsgeldig einde is gekomen, dat werknemer en The Count Holding terecht op staande voet zijn ontslagen en dat zij ernstig verwijtbaar en onrechtmatig hebben gehandeld. Ook wordt verzocht om werknemer te veroordelen tot betaling van een zogenoemde gefixeerde schadevergoeding van € 8.651,32 bruto en om werknemer en The Count Holding te veroordelen tot terugbetaling van € 29.803,28 aan onverschuldigde betalingen.

Oordeel

De rechtbank constateert dat partijen in deze zaak in veel verschillende hoedanigheden verzoeken, vorderingen en tegenverzoeken indienen, met name als werkgever, werknemer, bestuurder en aandeelhouder. Zij maken niet steeds duidelijk door wie en tegen wie precies de verzoeken en vorderingen worden ingediend. Bovendien zijn veel van die verzoeken en vorderingen ook al ingediend in een andere procedure, waarin door de kantonrechter op 15 februari 2022 een beschikking is gewezen (zie AR 2022-0236). In die beschikking is overwogen dat de kantonrechter bevoegd is daarvan kennis te nemen, en niet de rechtbank, omdat werknemer geen statutair bestuurder is. De rechtbank verklaart zich onbevoegd te oordelen over alle verzoeken en vorderingen die gebaseerd zijn op een arbeidsovereenkomst. Met betrekking tot de gevraagde verklaring voor recht oordeelt de rechtbank dat het vennootschappelijk ontslag van Count Holding rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, nu deze vennootschap zich daartegen niet heeft verzet.