Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 16 februari 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:1128
Feiten
Werkneemster is op 7 september 2020 in dienst getreden bij Soenissa Security & Systems B.V. (hierna: Soenissa) in de functie van officemanager. Op 15 september 2021 is de directeur van Soenissa bij de woning van werkneemster langsgegaan. In de woonkamer trof hij twee tassen van het merk Guess aan. Volgens Soenissa zijn deze tassen door werkneemster meegenomen uit de opslagruimte van Soenissa. Bij brief van 16 september 2021 heeft Soenissa werkneemster op staande voet ontslagen wegens verduistering van de tassen. Werkneemster verzoekt de kantonrechter voor recht te verklaren dat geen sprake is geweest van een rechtsgeldig ontslag op staande voet. Daarnaast verzoekt werkneemster een billijke vergoeding, een gefixeerde schadevergoeding, een transitievergoeding en betaling van het achterstallig loon. Soenissa heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
Oordeel
Het gaat in deze zaak om de vraag of het door Soenissa aan werkneemster gegeven ontslag op staande voet van 16 september 2021 moet worden vernietigd. Soenissa baseert het ontslag op staande voet op de stelling dat werkneemster twee tassen van het merk Guess uit de opslagruimte van Soenissa heeft weggenomen. Hoewel in de ontslagbrief van 16 september 2021 door Soenissa ook wordt gesproken over een vermoeden van drugsgebruik, zijn partijen het erover eens dat dit niet de reden is geweest die aan het ontslag op staande voet ten grondslag is gelegd. Werkneemster betwist dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal of verduistering. Zij ontkent niet dat zij de twee tassen van het merk Guess uit de opslagruimte heeft meegenomen. Werkneemster stelt zich op het standpunt dat zij toestemming had van de directeur om spullen uit het magazijn voor eigen gebruik mee te nemen. De directeur zou tegen haar hebben gezegd dat als werkneemster iets nodig heeft, ze dit mag pakken uit de opslagruimte. Het voorgaande wordt door de directeur gemotiveerd betwist. Volgens de directeur mocht werkneemster weleens wat uit de opslagruimte pakken, maar was daarvoor altijd vooraf toestemming nodig. In de opslagruimte bevindt zich een verzameling van spullen die zijn verkregen van rommelmarkten, privéspullen en camerasystemen. De tassen van het merk Guess zijn eigendom van de vrouw van de directeur. Deze heeft geen toestemming gegeven voor het meenemen van deze tassen. De kantonrechter acht de stelling van Soenissa dat werkneemster zonder toestemming geen zaken uit de opslagruimte mocht meenemen, voorshands bewezen. Het is immers hoogst ongebruikelijk dat een werknemer voor eigen gebruik en zonder voorafgaande toestemming zaken mag meenemen uit een opslagruimte van de werkgever. Dat geldt temeer nu in die opslagruimte ook privéspullen staan opgeslagen. Gelet op het door werkneemster gedane bewijsaanbod, laat de kantonrechter werkneemster toe tot het leveren van tegenbewijs tegen het vermoeden dat werkneemster voorafgaand toestemming moest vragen voor het meenemen van zaken uit de opslagruimte van Soenissa. Indien werkneemster in dat bewijs slaagt, moet het ervoor worden gehouden dat er geen sprake was van een dringende reden voor ontslag. De beslissingen met betrekking tot de billijke vergoeding, de gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding en de eindafrekening zullen worden aangehouden tot na de eventuele bewijslevering. De vordering tot betaling van achterstallig loon wordt gedeeltelijk toegewezen.