Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 24 januari 2022
ECLI:NL:RBLIM:2022:469
Feiten
Op 15 juli 2021 is werknemer in dienst getreden bij werkgeefster. Werkgeefster heeft bij aanvang van het dienstverband werknemer niet gevraagd het belastingformulier ‘Opgaaf gegevens voor de loonheffingen’ in te vullen. Werkgeefster heeft de lonen voor de maanden september en oktober 2021 te laat betaald. Het loon voor de maand september van € 2.499,83 (netto) is op 11 oktober 2021 betaald. Het loon voor de maand oktober van € 2.500 (netto) is in drie termijnen betaald: op 13 november € 1.250, op 22 november € 500 en op 29 november € 750. Op 18 november 2021 heeft werknemer zich ziek gemeld. Werknemer heeft sinds zijn ziekmelding geen loon meer ontvangen. Werknemer vordert werkgeefster te veroordelen om bij de Belastingdienst melding te maken van werknemer als werknemer en betaling van het achterstallig loon inclusief de wettelijke verhoging en de buitengerechtelijke incassokosten.
Oordeel
Werkgeefster voert geen verweer tegen de gevorderde melding bij de Belastingdienst, zodat deze vordering wordt toegewezen. Werkgeefster erkent bovendien gehouden te zijn tot betaling van het loon, ook tijdens ziekte. De kantonrechter zal de betaling van het loon dan ook toewijzen als gevorderd. De kantonrechter overweegt dat de niet tijdige voldoening van het salaris over de maanden september en oktober en over 1 tot en met 17 november 2021 toerekenbaar is aan werkgeefster. De wettelijke verhoging als gevorderd zal dan ook worden toegewezen. Werkgeefster heeft zich ter zitting beroepen op slechte bedrijfseconomische omstandigheden, maar laat na haar financiële situatie te onderbouwen. De aangevoerde omstandigheden gegeven geen aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen. Voor toewijzing van de buitengerechtelijke incassokosten is het (onder meer) noodzakelijk dat werkgeefster van die inspanningen van werknemer om de vorderingen buiten rechte te incasseren kennis heeft kunnen nemen. Werkgeefster betwist dit. In het licht van die betwisting heeft werknemer te weinig gesteld om voorshands aan te nemen dat de brieven van 2 en 15 december 2021 werkgeefster wel hebben bereikt. In kort geding is geen ruimte voor een bewijsopdracht. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden dan ook afgewezen.