Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 24 februari 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:1364
Feiten
Werknemer is tot 1 februari 2022 bij werkgeefster in dienst geweest. Werkgeefster is actief in de gamingindustrie. In de arbeidsovereenkomst van werknemer is een concurrentie- en relatiebeding overeengekomen dat geldt tot een periode van twaalf maanden na het eindigen van de arbeidsovereenkomst en met als territoriaal bereik Nederland, België en Engeland. Werknemer werkt sinds 1 februari 2022 bij bedrijf X. Bedrijf X beheert en verhuurt commercieel vastgoed. Werkgeefster vordert in kort geding onder meer werknemer te gebieden zich te houden aan het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding, op straffe van een dwangsom.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt in kort geding dat werkgeefster een spoedeisend belang heeft. Niet van belang is of werknemer pas in de loop van de arbeidsovereenkomst handelingen zou verrichten die het beding raken. Ook heeft de kantonrechter de bevoegdheid om de vorderingen in behandeling te nemen. De belangen van partijen zijn duidelijk. Werkgeefster wil haar bedrijfsdebiet beschermen en wil daarom niet dat werknemer bij bedrijf X werkt. Werknemer wil van zijn kant zijn baan (en inkomen) bij bedrijf X houden en bedrijf X wil dat werknemer bij haar blijft werken. De kantonrechter overweegt dat werkgeefster actief is op het gebied van beveiligingssystemen. Bedrijf X beheert en verhuurt commercieel vastgoed en volgens de kantonrechter zijn zij dan ook geen concurrenten van elkaar. Werknemer mag daarom bij bedrijf X blijven werken. Dat bedrijf X de panden die zij beheert zelf beveiligt, maakt haar nog geen concurrent. De beveiliging van panden is slechts een klein onderdeel van het werk van bedrijf X. Verder is niet gebleken dat werknemer derden behulpzaam is bij het onttrekken van relaties aan werkgeefster. Werknemer overtreedt het concurrentie- en relatiebeding niet. Tot slot is de kantonrechter van oordeel dat niet is gebleken dat bedrijf X onrechtmatig heeft gehandeld door werknemer in dienst te nemen. Werkgeefster en bedrijf X hebben een verschillende bedrijfsvoering. Op basis van de voorliggende feiten acht de kantonrechter de kans niet groot dat bedrijf X in een bodemprocedure wordt verboden werknemer in dienst te nemen. Er is dan ook geen reden bedrijf X nu al te verbieden dit te doen.