Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 25 maart 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:2282
Feiten
Werkgeefster is een gespecialiseerde groothandel en dienstverlener met een breed, bouwgerelateerd assortiment. Werknemer is op 1 september 2018 begonnen met zijn BBL-opleiding (mbo junior accountmanager niveau 4), waarbij hij werkzaam was bij een van de vestigingen van werkgeefster in Rotterdam. Sinds 1 oktober 2020 is werknemer op basis van onbepaalde tijd bij werkgeefster in dienst in de functie van telefonisch verkoper, waarbij hij verantwoordelijk is voor het adviseren over producten via de telefoon, per e-mail en op de vestiging, en voor het maken van offertes voor de buitendienst. In de arbeidsovereenkomst is onder meer een concurrentie-, relatie- en boetebeding opgenomen. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst opgezegd. Bij brief van 5 mei 2020 is werknemer door werkgeefster op het geheimhoudingsbeding gewezen. Per 1 november 2021 is werknemer in dienst getreden bij een bedrijf in de ijzerwaren, in Rotterdam, in de functie van binnendienstmedewerker. Werkgeefster heeft bij brief van 2 december 2021 werknemer gewezen op het concurrentie- en relatiebeding. Werknemer heeft per e-mail van 17 december 2021 gereageerd op de brief van werkgeefster. Per e-mail van 19 januari 2022 is werknemer verzocht zijn werk te staken. Werknemer verzoekt onder meer het concurrentie- en relatiebeding te schorsen, omdat hij onbillijk wordt benadeeld. Indien het concurrentiebeding niet wordt geschorst, verzoekt werknemer om een maandelijkse vergoeding van € 2.584,77 bruto voor zijn levensonderhoud. Volgens werknemer is het concurrentiebeding te ruim geformuleerd, omdat de gehele ijzerwarenbranche wordt uitgesloten. De ijzerwarenmarkt is een regionale markt, waardoor volgens werknemer een straal van 50km om alle vestigingen van werkgeefster onredelijk is. Bovendien stelt werknemer zich op het standpunt dat de duur onredelijk lang is en dat hij in zijn binnendienstfunctie klanten niet zelf actief benadert. Werknemer is van mening dat zijn persoonlijke omstandigheden ook moeten worden meegenomen. Werknemer is slechts 2,5 jaar in dienst geweest, is al zes maanden uit dienst en staat aan het begin van zijn carrière. Het relatiebeding is volgens werknemer ook te ruim geformuleerd, omdat de duur van twee jaar ten opzichte van de acht maanden dat hij als telefonisch verkoper werkzaam was buitenproportioneel is. Volgens werkgeefster is sprake van aantasting van het bedrijfsdebiet, omdat werknemer overstapt naar een bedrijf dat een kopie bouwt van zijn oud-werkgeefster, op de locatie van oud-werkgeefster, met producten van oud-werkgeefster en met dezelfde collega's als bij zijn oud-werkgeefster. Werkgeefster betwist dat het concurrentiebeding te ruim is en te lang zou lopen. Volgens werkgeefster is duidelijk welke relaties onder het relatiebeding vallen.
Oordeel
In kort geding beantwoordt de kantonrechter de vraag of werknemer onbillijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding. Volgens de kantonrechter is onvoldoende vastgesteld dat werknemer over essentiële relevante commerciële en technische informatie over producten of diensten en/of kennis van unieke werkprocessen en strategieën van werkgeefster is gaan beschikken en die informatie/kennis meeneemt. Ook is werknemer pas na een aantal maanden bij het nieuwe bedrijf in dienst getreden. Onvoldoende is komen vast te staan dat klanten van werkgeefster zouden overstappen naar het nieuwe bedrijf. Ook is werknemer bij zijn uitdiensttreding niet gewezen op het concurrentiebeding, maar alleen op het geheimhoudingsbeding. De vrije arbeidskeuze van werknemer en het hogere salaris spelen ook een rol. Volgens de kantonrechter is het bedrijfsdebiet van werkgeefster niet aangetast. Wat betreft het relatiebeding heeft werkgeefster volgens de kantonrechter geen twee jaar nodig om de klantenrelaties veilig te stellen. Werknemer zal op die manier onbillijk worden benadeeld. Volgens de kantonrechter is een periode van zes maanden voldoende om de klantrelaties veilig te stellen, nu werknemer een binnendienstfunctie had. De kantonrechter schorst het concurrentiebeding en werknemer mag weer werkzaamheden voor zijn nieuwe werkgever verrichten. Het relatiebeding wordt geschorst in die zin dat de duur wordt beperkt tot zes maanden. Werkgeefster wordt veroordeeld in de proceskosten.