Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/Eye 4 Security B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 25 maart 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:2329
Werknemer vordert uitbetaling van zijn gewerkte uren en vakantie-uren. De kantonrechter wijst de vorderingen af.

Feiten

Werknemer is op 21 december 2020 in dienst getreden van Eye 4 Security B.V. (hierna: E4S) voor bepaalde tijd in de functie van meewerkend teamleider in opleiding. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor 36 uur per week tegen een uurloon van € 13,18 bruto. Het salaris wordt per vier weken uitbetaald. Op 8 juni 2021 hebben partijen een overeenkomst getekend waarin onder andere is opgenomen dat de contracturen worden verlaagd van 36 naar 24 uur per week met ingang van loonperiode 06/2021. De arbeidsovereenkomst is per 26 juli 2021 geëindigd. Werknemer vordert uitbetaling van de gewerkte uren in de periode 25 mei 2021 tot 20 juni 2021, zijn tegoed aan vakantie-uren en om E4S te veroordelen om het rooster over de periode 25 mei 2021 tot 20 juni 2021 ter beschikking te stellen.  

Oordeel 

Niet uitbetaalde gewerkte uren in periode 25 mei 2021 tot 20 juni 2021

Werknemer heeft gesteld in de periode 25 mei 2021 tot 20 juni 2021 in totaal 112 uur te hebben gewerkt, waarvan 16 uur niet zouden zijn uitbetaald. E4S heeft erkend dat werknemer inderdaad meer dan 96 uur heeft gewerkt en heeft gesteld dat dit om 17,5 uur extra zou gaan. Deze uren zijn volgens E4S als compensatie-uren aan werknemer uitbetaald, zoals ook volgt uit de salarisstrook van periode 6 en de eindafrekening. Werknemer heeft hier geen verweer tegen gevoerd. Dit deel van de vordering van werknemer wordt door de kantonrechter afgewezen. 

Tegoed aan vakantie-uren

Werknemer is van mening dat E4S ten onrechte in de eindafrekening de waarde van 97,26 vakantie-uren in mindering heeft gebracht op zijn loon en vordert uitbetaling van die vakantie-uren en de in de periodes 3 tot en met 7 opgebouwde maar niet uitbetaalde vakantie-uren (83,45 uur). Het staat vast dat werknemer in de periode van 12 april tot en met 23 mei 2021, met uitzondering van 21 mei 2021, niet heeft gewerkt. Werknemer heeft in deze periode verlof opgenomen. Werknemer stelt dat hij in deze periode ziek is geweest, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter weegt zwaar mee dat werknemer nooit geprotesteerd heeft tegen de inhoud van de loonstroken van periodes 4 en 5, waarin het opgenomen verlof in de periode 12 april 2021 tot en met 23 mei 2021 duidelijk is vermeld. Werknemer heeft pas op 12 oktober 2021, na het einde van zijn dienstverband, bezwaar gemaakt tegen het door E4S in de loonstroken opgenomen verlofsaldo. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer zijn stelling dat hij recht heeft op uitbetaling van de vakantie-uren onvoldoende heeft onderbouwd. E4S heeft op terechte gronden het aantal vakantie-uren in mindering gebracht op het verlofsaldo van werknemer wat ertoe heeft geleid dat aan het einde van het dienstverband sprake was van een negatief verlofsaldo. Dit is door E4S terecht met het verschuldigde loon verrekend. 

Terbeschikkingstelling rooster

Werknemer heeft tot slot gevorderd E4S te veroordelen tot terbeschikkingstelling van het rooster over de periode 25 mei 2021 tot 20 juni 2021. E4S heeft onweersproken gesteld dat uit het rooster niet kan worden afgeleid welke uren werknemer daadwerkelijk heeft gewerkt, maar dat dit alleen uit de urenstaten kan worden afgeleid. In dat licht bezien ziet de kantonrechter niet in welk rechtens te respecteren belang werknemer nog heeft bij het overleggen van het werkrooster over genoemde periode. Dit deel van de vordering wordt eveneens afgewezen.