Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 29 maart 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:2395
Feiten
Van Mossel is de officiële dealer van de automerken Jaguar en Land Rover. Werknemer is daar in 2014 in dienst getreden als aftersalesmanager op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Per 1 april 2016 zijn partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan. In die arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst met Van Mossel op 31 mei 2021 opgezegd tegen 1 september 2021, omdat hij bij Klaas & Terlouw B.V. in dienst wilde treden. Toen Van Mossel van dit voornemen op de hoogte is geraakt, heeft zij werknemer gewezen op het concurrentiebeding en het standpunt ingenomen dat werknemer het concurrentiebeding overtreedt als hij per 1 september 2021 bij Klaas & Terlouw in dienst treedt. Werknemer is daarop een kortgedingprocedure begonnen, waarin hij primair schorsing van het concurrentiebeding heeft gevorderd. De kantonrechter heeft deze vordering toegewezen. Daartegen is Van Mossel in hoger beroep gekomen. Zij heeft daarbij gevorderd dat het hof de vordering tot schorsing van werknemer alsnog afwijst en dat het hof werknemer veroordeelt om een voorschot van € 12.150 aan verbeurde boetes aan Van Mossel te betalen.
Oordeel
Uitleg reikwijdte van het concurrentiebeding
De tekst van het concurrentiebeding beperkt de toepassing ervan tot een straal van 25 kilometer rondom Enschede. Toen partijen de arbeidsovereenkomst zijn aangegaan met daarin dit concurrentiebeding, werkte werknemer vanuit de bedrijfsvestiging van Van Mossel in Enschede. Kort daarna is deze vestiging gesloten en is Van Mossel verhuisd naar Apeldoorn. Vanaf de sluiting van de vestiging in Enschede tot het einde van zijn dienstverband is werknemer werkzaam geweest vanuit de vestiging in Apeldoorn. Het hof is van oordeel dat het voor de hand had gelegen bij deze bepaling aandacht te besteden aan de verhuizing naar Apeldoorn, als op dat moment al duidelijk was dat die aanstaande was. Van Mossel heeft geen verklaring gegeven waarom dit niet is gebeurd. Werknemer heeft verder weersproken dat hij zich in Apeldoorn alleen of in hoofdzaak met het klantenbestand uit de regio Enschede bezig zou houden en aangevoerd dat hij verantwoordelijk was voor het gehele klantenbestand van Van Mossel. Dat heeft Van Mossel niet nader weerlegd. Van Mossel kon en moest daarom voorzien dat werknemer ook in Apeldoorn relevante klantencontacten zou opbouwen. Als het Van Mossel erom ging haar klantenbestand te beschermen, had het in geval van een bewuste keuze dan ook voor de hand gelegen dat het concurrentiebeding ook had verwezen naar Apeldoorn. Onder deze omstandigheden is het hof voorshands van oordeel dat de onduidelijkheid over het toepassingsgebied van het concurrentiebeding na de verhuizing voor rekening en risico van Van Mossel moet komen. Dat betekent dat Van Mossel werknemer niet kan houden aan de verwijzing naar Enschede en daarmee niet aan het concurrentiebeding.
Belangenafweging
Van Mossel heeft gesteld dat haar belang bij handhaving van het concurrentiebeding is gelegen in bescherming van haar bedrijfsdebiet. Dat bedrijfsdebiet bestaat volgens haar uit essentiële bedrijfsinformatie en haar klantenbestand. Van Mossel heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij door het overstappen van werknemer naar Klaas & Terlouw in haar bedrijfsdebiet is geschaad. Het is weliswaar zo dat werknemer bij Klaas & Terlouw dezelfde functie uitoefent als die hij bij Van Mossel uitoefende en dat beide ondernemingen een specifieke klantenkring bedienen, maar onvoldoende aannemelijk is geworden dat werknemer zodanig specifieke kennis bij Van Mossel heeft opgedaan dat hij daarmee Klaas & Terlouw daadwerkelijk een concurrentievoordeel kan bezorgen. Van Mossel heeft gesteld dat het gevaar met name zit in de kennis die werknemer heeft van in- en verkoopprijzen, marges, prijsberekeningsmethodes en kortingspercentages. In dat licht bezien heeft Van Mossel onvoldoende concreet uitgewerkt dat en op welke manier er binnen Van Mossel wordt gewerkt met vastomlijnde prijsberekeningmethodes, marges en kortingen.
Naast de bedrijfsspecifieke informatie omvat het bedrijfsdebiet volgens Van Mossel ook haar klantenbestand. Werknemer was het gezicht voor de klanten van Van Mossel en hij kan met weinig moeite klanten bewegen over te stappen. Naar het oordeel van het hof heeft Van Mossel echter onvoldoende concreet onderbouwd dat dit gezien de omvang en belangrijkheid van haar klantenbestand rondom Enschede een zwaarwegend belang is. Daarbij komt ook dat Van Mossel onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat en hoeveel schade zij tot op heden aan haar klantenbestand uit de regio Enschede heeft geleden. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat Van Mossel onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de overstap van werknemer naar Klaas & Terlouw wordt geraakt in haar bedrijfsdebiet en zodoende een (zwaarwegend) belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding rondom Enschede. Hiertegenover staat het belang van werknemer op vrije arbeidskeuze; in dit geval het belang om direct na het einde van zijn dienstbetrekking bij Van Mossel werkzaam te kunnen zijn voor Klaas & Terlouw. Werknemer heeft voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij door zijn indiensttreding bij Klaas & Terlouw een positieverbetering realiseert. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt het hof tot de slotsom dat werknemer, in verhouding tot het belang van Van Mossel, onbillijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding. Dit betekent dat het hof, evenals de kantonrechter, oordeelt dat voorshands voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het concurrentiebeding zal vernietigen, zodat de kantonrechter het concurrentiebeding terecht heeft geschorst.