Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 25 maart 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:2359
Feiten
Werkneemster is van 1 augustus tot 16 oktober 2018 bij Stichting Rotterdamse Onderwijs Academie Anne (hierna: Stichting ROAA) werkzaam geweest op basis van een detacheringsovereenkomst. Van 3 september 2018 tot en met 18 juli 2019 heeft werkneemster bij Stichting ROAA gewerkt op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Vervolgens is werkneemster van 3 september 2019 tot 15 juli 2020 bij Stichting ROAA in dienst geweest. Werkneemster vordert uitbetaling van de wettelijke verhoging over het te laat betaalde salaris van mei tot en met juli 2019, het achterstallige salaris over de periode mei en juni 2020 te vermeerderen met de wettelijke verhoging en het achterstallige salaris en vakantievergoeding over de periode oktober 2019 tot juni 2020.
Oordeel
Wettelijke verhoging van € 1.546,42
De door werkneemster gevorderde wettelijke verhoging over de maanden mei tot en met juli 2019 bedraagt € 1.546,42. Werkneemster heeft op de mondelinge behandeling deze vordering toegelicht. Stichting ROAA is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen en heeft daarmee de mogelijkheid voorbij laten gaan om te reageren op de toelichting van werkneemster. Daarom gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stelling van werkneemster. De gevorderde maximale wettelijke verhoging wordt toegewezen.
Het achterstallige salaris van oktober 2019 tot en met juni 2020
Tussen partijen is niet meer in geschil dat een salaris van € 12 bruto per uur is overeengekomen. Uit het schriftelijke verweer van Stichting ROAA blijkt niet dat zij dit bedrag ook daadwerkelijk aan werkneemster heeft betaald. De vordering tot uitbetaling van het achterstallige salaris van oktober 2019 tot en met juni 2020 wordt dan ook toegewezen inclusief de gevorderde wettelijke verhoging. Op de mondelinge behandeling heeft werkneemster tevens aangevoerd dat zij geen vakantiegeld over voornoemde periode heeft ontvangen. Ook ten aanzien van dit onderdeel heeft Stichting ROAA geen verweer gevoerd omdat zij niet ter zitting is verschenen. Dit komt voor haar eigen rekening en risico. Het gevorderde vakantiegeld wordt toegewezen.
Het achterstallige salaris van mei en juni 2020
Werkneemster heeft gesteld dat zij de loonstroken over de maand mei en juni 2020 wel heeft ontvangen maar dat daar geen bedragen op vermeld staan. Zij vordert uitbetaling van deze bedragen. Stichting ROAA heeft niet betwist dat zij deze betalingen niet aan werkneemster heeft voldaan. De vordering van werkneemster wordt toegewezen.