Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond/werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 15 maart 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:2483
De omstandigheid dat de communicatie tussen werkgever en werknemer volledig is gestopt en werknemer al drie maanden thuis zit, levert een g-grond op. Billijke vergoeding van € 12.500 wordt toegewezen, omdat werkgever de terugkeer van werknemer onmogelijk heeft gemaakt.

Feiten 

Werknemer is op 1 april 2019 bij Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) in dienst getreden voor 36 uur in de functie van systeembeheerder op de afdeling ICT tegen een salaris van € 3.761,10 bruto per maand. Op 1 december en 8 december 2020 hebben twee functioneringsgesprekken met werknemer plaatsgevonden, waarin de beoordeling twee keer “matig” en een keer “voldoende” is gegeven. De verbeterpunten zien op de wijze van communiceren van werknemer. Er is een verbetertraject aangekondigd van zes maanden, waarbij iedere vier weken wordt geëvalueerd. Op 16 april 2021 heeft een evaluatiegesprek plaatsgevonden, waarin is aangegeven dat het over het algemeen goed gaat. Tussen 2 juni 2021 en 17 september 2021 was werknemer al dan niet volledig arbeidsongeschikt. Met ingang van 17 december 2021 was werknemer volledig hersteld. Vanaf september 2021 heeft werknemer ondersteuning gehad van een GZ-psycholoog. Na eerdere ziekmeldingen heeft werknemer zich op 17 november 2021 ziek gemeld. Werknemer is niet akkoord gegaan met de voorstellen van 30 november en 6 december 2021 tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Op 14 december 2021 is werknemer op non-actief gesteld, omdat volgens JBRR de werkzaamheden ernstig worden belemmerd als werknemer zou blijven werken. JBRR heeft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend. Volgens JBRR is sprake van disfunctioneren, omdat werknemers competenties op het gebied van samenwerken en constructief communiceren onvoldoende zijn. JBRR heeft verschillende e-mails naar werknemer gestuurd, waarin hij werd aangesproken op het uitblijven van resultaten en werknemer is tijdig in kennis gesteld en voldoende mate in de gelegenheid gesteld om zijn functioneren te verbeteren. Daarnaast heeft werknemer zich volgens JBRR negatief uitgelaten over JBRR en daarmee ernstig verwijtbaar gehandeld. JBRR heeft geen vertrouwen meer in werknemer. Volgens werknemer is sprake van een opzegverbod tijdens ziekte en heeft hij niet willens en wetens zo min mogelijk willen doen. Bovendien is er volgens werknemer geen sprake van onwil of moedwil en geen ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer wil zijn werkzaamheden hervatten bij JBRR. Mocht de arbeidsovereenkomst toch worden ontbonden, dan verzoekt werknemer een transitievergoeding van € 4.598,50 bruto en een billijke vergoeding van € 25.000 bruto wegens ernstig verwijtbaar handelen door JBRR. 

Oordeel

Volgens de kantonrechter is werknemer op dit moment nog gedeeltelijk arbeidsongeschikt, maar van een opzegverbod is geen sprake omdat de verwijten van JBRR geen verband houden met de (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid van werknemer. JBRR heeft geen serieuze en reële mogelijkheden tot verbetering van het disfunctioneren van werknemer geboden, zodat het verzoek wordt afgewezen. Slechts één evaluatiegesprek heeft plaatsgevonden en JBRR heeft geen juiste invulling aan het verbetertraject gegeven. Volgens de kantonrechter is onvoldoende onderbouwd dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Het is voldoende gebleken dat werknemer ongelukkig is met zijn huidige werksituatie en dat hij daar flink onder te lijden heeft. Door hetgeen wat slechts in een jaar tijd tussen partijen is voorgevallen en de verwijten die JBRR jegens werknemer maakt, is de arbeidsverhouding ernstig verstoord geraakt. Dat werkgever van het ontstaan van de verstoring een verwijt kan worden gemaakt, staat niet aan ontbinding in de weg. Werknemer heeft recht op een transitievergoeding van € 4.621,16 bruto en een billijke vergoeding van € 12.500 bruto, beide te vermeerderen met de wettelijke rente, wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De arbeidsovereenkomst wordt per 1 juni 2022 ontbonden. JBRR wordt veroordeeld in de proceskosten.