Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 11 april 2022
ECLI:NL:RBLIM:2022:2814
Feiten
Werknemer is werkzaam als zorgassistent bij Stichting Sevagram Zorgcentra (hierna: Sevagram). Sevagram hanteert de uitgangspunten van het RIVM als ondergrens in haar beleid met betrekking tot het dragen van mondkapjes en informeert en instrueert haar medewerkers schriftelijk over de geldende mondkapjesplicht. Op 8 juni 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Sevagram en werknemer. Werknemer heeft in dit gesprek aangegeven dat hij moeite heeft met het beleid van Sevagram inzake het dragen van mondkapjes omdat hij hier geestelijke en fysieke klachten van ondervindt. Met ingang van 4 november 2021 heeft Sevagram het dragen van mondkapjes op de werkvloer verplicht gesteld omdat het landelijk risiconiveau ernstig was. Werknemer heeft geweigerd een mondkapje te dragen, ook nadat hij daarop door Sevagram is gewezen. Sevagram heeft werknemer een officiële waarschuwing gegeven bij brief van 5 november 2021. Op 7 november 2021 heeft werknemer zich ziek gemeld. De bedrijfsarts ziet geen medische reden om de arbeidsongeschiktheid wegens ziekte van werknemer aan te nemen. Werknemer heeft bij brief van 17 november 2021 medegedeeld dat hij van mening blijft dat hij vanwege medische redenen (bloedneuzen met een infectie tot gevolg) geen mondkapje kan dragen. Op 18 november 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen werknemer en Sevagram. Vervolgens heeft werknemer op 22 november 2021 een deskundigenoordeel bij het UWV aangevraagd. Sevagram heeft bij brief van 24 november 2021 werknemer opgeroepen op 25 november 2021 zijn reguliere werkzaamheden te verrichten. Werknemer heeft diezelfde dag medegedeeld dat hij zijn werkzaamheden niet zou hervatten. Met ingang van 25 november 2021 is het loon van werknemer stopgezet. De bedrijfsarts heeft vervolgens aangegeven dat het mogelijk kan zijn dat het dragen van een mondkapje bij werknemer zorgt voor een toename van klachten. Het deskundigenoordeel van het UWV stelt dat het dragen van een mondkapje voor klachten kan zorgen, maar dat werknemer wel in staat wordt geacht zijn eigen werk te kunnen uitvoeren. Werknemer heeft vervolgens geweigerd om het werk met een mondkapje te hervatten. Werknemer vordert in kort geding uitbetaling van het achterstallige salaris.
Oordeel
De kantonrechter meent dat de instructie van Sevagram om een mondkapje te dragen een redelijk ordevoorschrift is in de zin van artikel 7:660 BW. Sevagram heeft een zwaarwegend belang hiertoe, bestaande uit de wettelijke plicht om haar kwetsbare cliënten te beschermen tegen het coronavirus. Voor werknemer geldt geen uitzondering hierop op grond van medische redenen. Het is niet komen vast te staan dat werknemer vanwege medische redenen geen medisch mondkapje kan dragen. Hierbij hecht de kantonrechter doorslaggevende waarde aan het deskundigenoordeel van het UWV waarin staat dat werknemer geacht wordt zijn werkzaamheden te kunnen verrichten. Zoals de UWV-verzekeringsarts heeft overwogen kan het zo zijn dat werknemer tot zekere hoogte lichte klachten ondervindt als gevolg van het dragen van een mondkapje. Het hebben van dergelijke klachten leidt niet tot de conclusie dat werknemer arbeidsongeschikt is wegens ziekte in de zin van artikel 7:629 BW. Van latente ziekte is tevens geen sprake omdat in dat geval een werknemer op enig moment weliswaar de bedongen arbeid zou kunnen verrichten, maar ook vaststaat dat een werknemer binnen zeer korte tijd dat werk weer zal moeten staken omdat de ziekte opnieuw de kop zal opsteken. Dat laatste staat in het geval van werknemer niet vast. Ook van situatieve arbeidsongeschiktheid is geen sprake. De door werknemer ervaren klachten zijn eenvoudig te behandelen en niet dusdanig dat het van werknemer redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat hij zijn werkzaamheden zou verrichten. Het niet verrichten van de bedongen arbeid komt daarom in redelijkheid voor rekening van werknemer. Daarnaast meent de kantonrechter dat Sevagram een zwaarwegend belang heeft om kwetsbare cilënten te beschermen. Dit belang weegt vele malen zwaarder dan het belang van werknemer om zijn werk te mogen verrichten zonder mondkapje. Omdat de redenen van werknemer om geen mondkapje te dragen te licht zijn voor het aannemen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte bestaat geen verplichting voor Sevagram om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn tot herplaatsing. Sevagram heeft dan ook terecht het loon van werknemer stopgezet. De vordering wordt afgewezen.