Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 8 maart 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:640
Feiten
Werknemer is sinds 1 februari 2019 aangesteld in de tijdelijke dienst voor een proeftijd van twee jaar bij de Belastingdienst. Bij voldoende functioneren zou hij worden aangesteld in vaste dienst. Werknemer was verplicht om de Startopleiding Controlemedewerker F (hierna: de opleiding) te volgen. Voor de beoordeling van de geschiktheid en de bekwaamheid van een medewerker voor de opleiding is een toetsingskader vastgesteld in de studiegids. Op 31 januari 2020 heeft de Belastingdienst aan werknemer de eindbeoordeling van zijn deelname aan de opleiding toegestuurd. Geconstateerd werd dat de controle-technische, fiscaal-technische en communicatieve vaardigheden van werknemer onvoldoende zijn. Hierdoor heeft werknemer de opleiding niet met goed gevolg afgerond. Werknemer kreeg een mondelinge herkansingsmogelijkheid voor het controle- en fiscaal-technische gedeelte. Afhankelijk van het resultaat daarvan kon daarna nog een herkansing voor de communicatieve vaardigheden volgen. Op 3 maart 2020 heeft een herbeoordeling van de beoordeling van het onderdeel controletechniek plaatsgevonden. Dit heeft niet geleid tot een voldoende beoordeling. Op 24 juli 2020 heeft de Belastingdienst werknemer geïnformeerd dat hij was gezakt voor de mondelinge herkansing van het onderdeel controletechniek van de opleiding, waardoor zijn arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet. Bij brief van 27 augustus 2020 heeft werknemer bezwaar gemaakt tegen de eindwaardering van het eerste opleidingstraject controletechniek op 21 januari 2020 en tegen ongelijke behandeling door zijn docenten. Het bezwaar van werknemer is beoordeeld door de Toetscommissie controle-opleidingen. De Toetscommissie heeft geen aanleiding gezien om de eindwaardering van het onderdeel controletechniek te heroverwegen. Bij brief van 21 september 2020 heeft de Belastingdienst bevestigd dat de arbeidsovereenkomst van werknemer niet zou worden voortgezet omdat hij de opleiding niet met goed gevolg heeft afgerond. Werknemer heeft in eerste aanleg onder andere verzocht om de Belastingdienst te veroordelen tot herstel van de arbeidsrelatie tussen partijen door het aanbieden aan werknemer van een nieuwe arbeidsovereenkomst (vast dienstverband) met terugwerkende kracht. De kantonrechter heeft de verzoeken van werknemer afgewezen. Werknemer is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.
Oordeel
Het hof volgt werknemer niet in zijn standpunt dat hij op grond van (alleen) de studiegids er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij de toets voor het onderdeel controletechniek had gehaald. Vast staat tussen partijen dat het werknemer juist al in januari 2020 duidelijk is geweest dat hij de toets voor dat onderdeel volgens de Belastingdienst niet had gehaald. Niet voor niets werd zijn toets in maart 2020 op zijn eigen verzoek herbeoordeeld en heeft hij een herkansing gedaan. Bovendien heeft werknemer in augustus 2020 bezwaar gemaakt tegen de beoordeling van zijn eerste toets bij de Toetscommissie. Pas vanaf augustus 2020 heeft werknemer zich op het standpunt gesteld dat hij wel een voldoende beoordeling had moeten krijgen. Zijn beroep op gerechtvaardigd vertrouwen slaagt dus niet. Werknemer heeft zich verder op het standpunt gesteld dat bij de beoordeling van zijn toets ten onrechte is afgeweken van het in de studiegids opgenomen toetsingskader. Naar het oordeel van het hof is dat niet het geval. De studiegids is geen geldend recht en afwijking van de studiegids levert daarom op zichzelf nog geen onmiskenbare, procedurele onjuistheid op. Het toetsingskader is bovendien bij werknemer bekend en niet onduidelijk geweest. Ook van een ongelijke behandeling die zou rechtvaardigen dat werknemer alsnog een voldoende beoordeling voor het onderdeel controletechniek zou krijgen, is niet gebleken. Hoewel er onzorgvuldigheden hebben plaatsgevonden in het kader van de mondelinge herkansing van werknemer, zoals een niet gemotiveerde beoordeling, en in het oordeel van de Toetscommissie, kunnen deze er echter niet toe leiden dat voor recht wordt verklaard dat werknemer het onderdeel controletechniek heeft behaald. De grieven van werknemer falen. Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.