Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkgeefster/werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 15 april 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:3739
Werknemer heeft tijdens periode van ziekte zowel een Ziektewetuitkering als gedeelte van het overeengekomen loon uitbetaald gekregen. Vordering tot terugbetaling ontvangen loon aan werkgeefster wordt toegewezen.

Feiten 

Werknemer is tot en met 31 juli 2020 is in dienst geweest bij werkgeefster. Op 12 februari 2020 heeft werknemer zich ziekgemeld. Over de periode van 12 februari 2020 tot en met 30 april 2020 heeft werkgeefster 70% van het overeengekomen loon doorbetaald aan werknemer, te weten € 4.173,54. Over diezelfde periode heeft werknemer van het UWV een Ziektewetuitkering ontvangen ter hoogte van datzelfde bedrag. Werkgeefster heeft vervolgens begin juni per e-mail aan werknemer verzocht om het ontvangen loon over voornoemde periode terug te betalen, waarna ook een zogenoemde viertiendagenbrief aan werknemer is verstuurd. Werkgeefster vordert onder meer werknemer te veroordelen tot de betaling van het ontvangen loon van 12 februari 2020 tot en met 30 april 2020. 

Oordeel 

Niet in geschil is dat de door werknemer van het UWV ontvangen uitkering betrekking heeft op de door werkgeefster van werknemer bedongen arbeid, waarvoor werknemer van werkgeefster loon heeft ontvangen. De kantonrechter oordeelt als volgt. Ingevolge artikel 7:629 lid 5 BW mocht werkgeefster het bedrag van deze uitkering dan ook in mindering brengen op het door haar aan werknemer te betalen loon. Hieruit volgt dat werkgeefster het loon aan werknemer over de periode van 12 februari 2020 tot en met 30 april 2020 onverschuldigd heeft betaald. Van enige omstandigheid waardoor werkgeefster het onverschuldigde bedrag niet van werknemer zou kunnen terugvorderen, is niet gebleken. De vordering tot terugbetaling van het bedrag van € 4.173,54 is zodoende toewijsbaar.