Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkneemster/werkgever
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 18 mei 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:1864
Vaststelling van pensioengevend salaris valt buiten invloedssfeer van werkgeefster. Werkneemster dient zich bij vermeende onjuiste vaststelling van pensioengevend salaris te wenden tot haar pensioenfonds.

Feiten

Werkneemster is bij werkgeefster in dienst geweest tot 6 september 2018. Op een gegeven moment is werkneemster arbeidsongeschikt geraakt, waarna een WAO-uitkering is toegekend. Daarna is zij gedurende 9 uur per week werkzaamheden gaan verrichten. Tot het einde van het dienstverband heeft het UWV de WAO-uitkering aan werkgeefster betaald en heeft werkgeefster een bedrag gelijk aan het vóór de arbeidsongeschiktheid van werkneemster geldende loon aan werkneemster betaald. Vanaf begin september 2018 heeft PFZW een pensioenuitkering aan werkneemster toegekend. Volgens werkneemster is haar pensioenuitkering op een te laag bedrag vastgesteld, omdat werkgeefster slechts het WAO-deel en niet ook het salarisdeel voor het pensioengevend salaris had doorgegeven aan PFZW. Werkneemster vordert onder meer een verklaring voor recht dat zij aanspraak heeft op een ouderdomspensioen ter grootte van € 19.139,57 bruto per jaar. Bovendien vordert werkneemster dat werkgeefster wordt veroordeeld in de nakoming van die pensioenverplichting.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het is uiteindelijk aan PFZW om het pensioengevend salaris vast te stellen en te beoordelen of de uitleg van werkgeefster dan wel die van werkneemster (dan wel een andere uitleg) moet worden gevolgd. PFZW is daarbij niet gehouden de interpretatie van werkgeefster te volgen. Werkneemster lijkt daar echter wel van uit te gaan, maar dat is onjuist. Het pensioenreglement bevat geen enkele bepaling die daarop wijst. Werkgeefster stelt dus terecht dat de vaststelling van het pensioen buiten haar invloedssfeer ligt. Aan werkneemster kan worden toegegeven dat uit een e-mailbericht van PFZW blijkt dat werkgeefster werkneemster (in ieder geval voor de periode 2010-2015) als 100% arbeidsongeschikt heeft aangemeld zonder dat sprake was van verloonde uren. Werkgeefster heeft in ieder geval voor die periode in het verleden onjuiste of onvolledige salarisgegevens aan PFZW doorgegeven. Inmiddels is dat niet meer het geval, omdat werkgeefster de juiste feitelijke (loon)gegevens aan PFZW heeft verstrekt. Werkneemster heeft zich er daarnaast nog op beroepen dat werkgeefster verantwoordelijk is voor een juiste uitvoering van de pensioenovereenkomst door de pensioenuitvoerder en dat werkgeefster daar rechtstreeks op kan worden aangesproken. Dit kan haar niet baten, reeds omdat PFZW (kennelijk) nog geen nadere beslissing heeft genomen op basis van de nieuwe gegevens. Er kan dus niet worden vastgesteld dat sprake is van een onjuiste uitvoering van de pensioenovereenkomst. De vorderingen zijn aldus niet toewijsbaar, omdat de vaststelling van het pensioen voorbehouden is aan PFZW en niet – in een procedure tegen de voormalig werkgeefster – aan de kantonrechter.