Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 28 maart 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:2619
Feiten
Gedaagde heeft sinds 17 november 2010 een afbouwonderneming. In 2019 en 2020 had gedaagde twee werknemers in dienst. Op basis van de Cao Afbouw en het Reglement Nalevings- en Werkingssfeeronderzoek is de Stichting Technisch Bureau Afbouw (hierna: TBA) bevoegd nalevings- en werkingssfeeronderzoeken in te stellen. De Commissie Naleving en Werkingssfeer Afbouw (hierna: Commissie) is belast met het houden van toezicht op de nalevingsonderzoeken. Een onderneming dient te allen tijde mee te werken aan het onderzoek. Partijen bij de cao kunnen besluiten tot het instellen van een schadevergoedingsactie. Op 17 april 2020 heeft Providius, een onafhankelijk controlebureau, een nalevingsonderzoek uitgevoerd en hiervan een rapport gemaakt. Bij brief van 9 september 2020 is gedaagde door de Commissie ervan op de hoogte gesteld dat hij de Cao Afbouw niet op alle onderdelen correct uitvoert en dit binnen zes weken moet herstellen. Bij brief van 22 februari 2021 heeft TBA aan gedaagde bericht dat een schadevergoedingsactie zal worden ingesteld als herstel uitblijft. Bij 12 juli 2021 is gedaagde door TBA in gebreke gesteld en is een forfaitaire schadevergoeding van € 10.000 gevorderd wegens het uitblijven van een reactie en herstel van de geconstateerde maatregelen. Op 12 juli 2021 heeft gedaagde aan TBA gemeld dat zijn bedrijf geen activiteiten meer verricht. TBA vordert onder meer naleving van de Cao Afbouw, herstel van de geconstateerde omissies en betaling van € 10.000. Volgens TBA is uit het onderzoek van Providius gebleken dat gedaagde de Cao Afbouw niet op alle onderdelen heeft uitgevoerd. Zo heeft gedaagde een werknemer niet op de hoogte gesteld van de nieuwe functie-indeling en niet uitbetaald naar het hierbij behorende salaris. Volgens gedaagde is zijn bedrijf al ruim een jaar niet meer actief en werken zijn twee werknemers al sinds 1 januari 2021 niet meer voor hem.
Oordeel
Volgens de kantonrechter viel gedaagde in de periode 2019-2020 onder de werkingssfeer van de Cao Afbouw. Gedaagde heeft zijn stelling dat er geen bedrijfsactiviteiten meer worden verricht niet onderbouwd. Daarom is niet komen vast te staan dat gedaagde zijn bedrijf daadwerkelijk heeft beëindigd. Gedaagde staat nog steeds ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel. Dat wijst erop dat zijn bedrijf nog altijd actief is. Bovendien blijkt uit de arbeidsovereenkomsten van de twee werknemers dat hun arbeidsovereenkomsten op 3 januari 2022 van rechtswege zijn geëindigd. Volgens de kantonrechter valt gedaagde nog steeds onder de werkingssfeer van de Cao Afbouw. Gedaagde dient aan te tonen dat hij de werknemer, die voor 1 mei 2019 in dienst was, een brief heeft gestuurd over de nieuwe functie-indeling per 1 mei 2019. Gedaagde moet aantonen dat hij deze werknemer in de juiste functie heeft ingedeeld en dat hij deze werknemer in overeenstemming met de juiste loonschaal heeft uitbetaald. Als dit niet is gebeurd, dient een nabetaling plaats te vinden. Gedaagde wordt veroordeeld om aan TBA een schadevergoeding van € 10.000 te betalen, bestaande uit materiële en immateriële kosten.