Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/JLA Loading Technology B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 18 mei 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:3982
Kort geding. Vordering tot schorsing relatiebeding wordt afgewezen na uitleg van het relatiebeding. Werknemer heeft na uitleg van het relatiebeding geen (voldoende) belang bij de vordering tot schorsing.

Feiten

Werknemer is op 1 september 2018 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van zeven maanden bij JLA Loading Technology B.V. (hierna: JLA Loading) in dienst getreden. De arbeidsovereenkomst bevat een relatiebeding waarin is opgenomen dat, als de arbeidsovereenkomst wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, het gedurende één jaar na het einde van het dienstverband op enige wijze direct, dan wel indirect zakelijke betrekkingen aan te gaan met relaties van JLA Loading. Per 1 april 2020 is de arbeidsovereenkomst – na een eerdere verlenging – omgezet in een dienstverband voor onbepaalde tijd. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2022 opgezegd. Vervolgens is werknemer op 1 maart 2020 in dienst getreden bij eReM Elektrotechnici B.V. (hierna: eReM). Bij aangetekende brief van 8 maart 2022 heeft JLA Loading werknemer bericht te hebben geconstateerd dat hij in dienst is getreden bij eReM en dat dit in strijd is met het relatiebeding, omdat – zoals werknemer, aldus JLA Loading, zou weten – een leverancier van JLA is. Uit coulance geeft JLA Loading aan de contractuele boete niet te zullen innen als werknemer uiterlijk vrijdag 11 maart 2022 voor 13:00 uur bevestigt dat hij onmiddellijk uit dienst zal treden bij eReM. Bij brief van 11 maart 2022 heeft werknemer aan JLA Loading bericht voornemens te zijn per direct zijn ontslag in te dienen bij eReM, maar dat hij ook heeft begrepen dat er contact is geweest tussen de directie van eReM en van JLA Loading. eReM heeft een voorstel gedaan voor de bescherming van het bedrijfsdebiet van JLA Loading, ondanks het dienstverband van werknemer. In dat kader vraagt werknemer de deadline van 11 maart 2022 om 13:00 uur, en de daaraan verbonden coulance uit te willen stellen tot maandag 14 maart, einde dag. In reactie hierop heeft JLA Loading per e-mail van 11 maart 2022 aangegeven te hebben besloten verder te gaan met de procedure en werknemer geen uitstel te verlenen. Bij brief van 11 maart 2022 heeft werknemer bij eReM aangegeven per diezelfde datum in het kader van zijn proeftijd zijn ontslag aan te bieden. Werknemer vordert in dit kort geding primair de werking van het relatiebeding en de boete te schorsen, zodat het werknemer is toegestaan zijn werkzaamheden voor eReM voort te zetten. Subsidiair vordert werknemer dat de kantonrechter bepaalt dat JLA Loading gehouden is om aan werknemer voor de duur van de looptijd van het relatiebeding, te weten tot 2 januari 2023, maandelijks een vergoeding te voldoen van € 4.644, althans een ander in goede justitie te bepalen bedrag, om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat de tussen hen gesloten arbeidsovereenkomst een geldig relatiebeding bevat. Verder stelt de kantonrechter voorop dat hij in dit kort geding bij de beoordeling van het geschil tussen partijen, is gebonden aan het kader van het geschil, zoals afgebakend door de formulering van de vorderingen van werknemer. Ten aanzien van de primaire vordering geschillen partijen over de uitleg van het begrip ‘relaties’ in het relatiebeding, meer specifiek of daar ook leveranciers – zoals eReM – onder vallen. Het relatiebeding noemt in de arbeidsovereenkomst drie categorieën ‘relaties’ die ‘in ieder geval’ onder dat begrip moeten worden geschaard: (1) die bedrijven, ondernemingen en/of instellingen in wier opdracht, al dan niet direct, JLA Loading gedurende het laatste jaar van het dienstverband met werknemer werkzaamheden heeft verricht, (2) die klanten aan wie JLA Loading gedurende het laatste jaar van het dienstverband een offerte heeft uitgebracht en/of (3) die klanten van wie JLA Loading gedurende bedoelde periode een aanvraag tot het doen van een offerte heeft ontvangen. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter hebben deze categorieën betrekking op opdrachtgevers of klanten van JLA Loading. JLA Loading heeft tijdens de mondelinge behandeling betoogd dat de woordcombinatie ‘in ieder geval’ is bedoeld om aan te geven dat niet enkel opdrachtgevers/klanten onder het begrip ‘relaties’ vallen, maar volgens de kantonrechter kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat ook leveranciers onder de gebezigde definitie van het begrip ‘relaties’ vallen. Door dit voorlopige oordeel en de wijze waarop de primaire vordering is geformuleerd heeft werknemer geen voldoende beland (meer) bij zijn primaire vordering, zodat die vordering wordt afgewezen. De kantonrechter heeft immers met de voorgaande overwegingen voorzien in het belang van werknemer om een voorlopig antwoord te krijgen op de vraag of werknemer al dan niet het relatiebeding schendt op het moment dat hij opnieuw bij eReM in dienst zou treden. Ten aanzien van de subsidiaire vordering overweegt de kantonrechter dat die declaratoir van aard is. Een declaratoire vordering past echter niet bij het voorlopig karakter van een uitspraak in kort geding en is daarin niet toewijsbaar, zodat ook de subsidiaire vordering van werknemer wordt afgewezen. Werknemer heeft te gelden als de in het ongelijk gestelde partij en moet daarom de proceskosten betalen.