Naar boven ↑

Rechtspraak

BKBD B.V./X
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 18 mei 2022
ECLI:NL:RBOVE:2022:1574
Relatiebeding tussen zzp’er en beveiligingsbedrijf valt onder bereik artikel 9a Waadi en moet worden gekwalificeerd als een niet toegestane belemmering. Zzp’er valt, gelet op feiten en omstandigheden van deze zaak, onder beschermingssfeer Uitzendrichtlijn en (artikel 9a) Waadi.

Feiten

Zzp’er X heeft voor BKBD B.V., een beveiligingsbedrijf, werkzaamheden verricht, eerst op basis van een uitzendovereenkomst en later als zelfstandige op basis van een overeenkomst van opdracht. In de overeenkomst van opdracht zijn partijen een relatiebeding overeengekomen, met daaraan gekoppeld een boetebeding. In juli 2020 heeft X aan BKBD laten weten te gaan stoppen met zijn werkzaamheden voor BKBD. Vervolgens is hij werkzaamheden gaan verrichten voor Defensie, een relatie van BKBD waar X eerder via BKBD als ingeleende kracht werkzaam was. Tussen partijen is in geschil of een geldig relatiebeding is overeengekomen en zo ja, of X gehouden is tot betaling van daaraan gekoppelde boetes (door BKBD berekend op een bedrag van € 185.037,92). X heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat het relatiebeding in strijd is met het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi en dat het relatiebeding daarom nietig is. BKBD betwist dat de Waadi van toepassing is, omdat X als zelfstandige werkt.

Oordeel

De rechtbank oordeelt als volgt. Allereerst moet worden beoordeeld of X – hoewel hij als zzp’er werkzaam was bij BKBD – onder het beschermingsbereik van de Waadi valt. Relevant daarbij is of de verhouding tussen BKBD en X een arbeidsverhouding is in de zin van de Uitzendrichtlijn (de Waadi is ingevoerd ter implementatie van de Uitzendrichtlijn). Uit artikel 1 lid 1 van de Uitzendrichtlijn en artikel 3, lid 1 onder c, dat het begrip ‘uitzendkracht’ definieert, volgt dat deze richtlijn niet alleen van toepassing is op werknemers die een arbeidsovereenkomst hebben gesloten met een uitzendbureau, maar ook op werknemers die een ‘arbeidsverhouding’ hebben met een bureau. Voor toepasselijkheid van de Waadi is dus niet vereist dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen uitzendbureau en uitzendkracht. Een zzp’er kan onder deze definitie vallen, als materieel sprake is van een arbeidsverhouding tussen de uitlener en de zzp’er. Voorts is het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi niet beperkt tot de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst met de inlener. Ook de totstandkoming van een arbeidsverhouding met de inlener mag niet worden belemmerd. Dit betekent dat het belemmeringsverbod ook toepasselijk kan zijn, als materieel een arbeidsverhouding tot stand is gekomen tussen de zzp’er en de inlener. De rechtbank komt op grond van de feiten en omstandigheden in deze zaak tot het oordeel dat aan de vereisten voor toepasselijkheid van de Waadi is voldaan. Allereerst kan de samenwerking tussen BKBD en X gelet op de feiten in deze zaak worden aangemerkt als een arbeidsverhouding met als doel om X ter beschikking te stellen. BKBD stelde X (ook) als zzp’er ter beschikking aan dezelfde opdrachtgevers als voorheen. Bovendien behield X als zzp’er de leaseauto en tankpas van BKBD. X was materieel niet wezenlijk van een andere uitzendkracht te onderscheiden. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de werkzaamheden door X werden verricht onder toezicht en leiding van de inleners. Het inhoudelijke gezag lag feitelijk bij de inleners en niet bij BKBD. Die regelde de administratieve zaken. Al met al is de rechtbank van oordeel dat X onder het beschermingsbereik van de Waadi valt. Ook specifiek artikel 9a Waadi is van toepassing, hoewel X niet rechtstreeks in dienst is getreden van Defensie (de inlener), maar werkzaamheden op zzp-basis verricht. Het belemmeringsverbod heeft immers betrekking op het tot stand komen van een ‘arbeidsverhouding’. Volgens de rechtbank moet het relatiebeding worden aangemerkt als belemmering in de zin van artikel 9a Waadi. Aangezien dit niet is toegestaan, is het beding nietig. BKBD kan niet met succes een beroep doen op het beding. De vorderingen van BKBD worden afgewezen.