Rechtspraak
Feiten
De ex-werknemer is op 26 januari 1996 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) werkgeefster. Op 8 april 2013 is ex-werknemer wegens ziekte uitgevallen. Het UWV heeft de loondoorbetalingsverplichting van werkgeefster op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot 3 mei 2016 verlengd vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen (loonsanctie). Werkgeefster en ex-werknemer hebben op 22 augustus 2018 een beëindigingsovereenkomst vastgesteld, waarin is overeengekomen dat het dienstverband per 1 september 2018 eindigt en dat werkgeefster aan ex-werknemer een ontslagvergoeding betaalt van € 37.900 (bruto) (transitievergoeding). Op 1 april 2020 heeft werkgeefster aan het UWV verzocht om vergoeding (compensatie) van de door haar aan de ex-werknemer betaalde transitievergoeding. Bij besluit van 16 juli 2020 heeft het UWV het bedrag van de compensatie op € 0 vastgesteld. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van werkgeefster tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat het UWV een nieuwe beslissing op het bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak. De rechtbank heeft geoordeeld dat werkgeefster op grond van artikel 7:673e van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht heeft op een vergoeding van de door haar betaalde transitievergoeding. Tegen dit oordeel keert het UWV zich bij de Centrale Raad van Beroep.
Oordeel
De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt.
Artikel 7:673e BW is een (fictieve) maximeringsregeling
Gelet op de tekst van artikel 7:673e van het BW, het verband tussen het eerste en tweede lid van dit artikel, het doel van compensatie en de maximering daarvan zoals die blijkt uit de wetsgeschiedenis, wordt de uitleg van het UWV over de beperking van de hoogte van de compensatie niet onderschreven.
Indien wordt uitgegaan van de door het UWV voorgestane uitleg van het tweede lid, wordt in de situatie dat de dag van het einde van de termijn van twee jaar bedoeld in artikel 7:670, eerste lid, onder a, BW, vóór 1 juli 2015 lag, feitelijk geen compensatie verstrekt. Echter, zoals uiteengezet onder 7.3.1 en 7.4.1 zijn de voorwaarden op grond waarvan het UWV compensatie verstrekt opgenomen in het eerste lid en betreft het tweede lid een maximeringsbepaling die slechts op de hoogte van die verstrekking ziet. Uitgaande van de uitleg van het UWV zou het tweede lid van artikel 7:673e een extra voorwaarde voor het recht op compensatie bevatten. Deze uitleg van het UWV van het tweede lid verdraagt zich, gelet op de context van het eerste en het tweede lid, niet met het wettelijk systeem van compensatie.
De tekst van het tweede lid van artikel 7:673e BW biedt evenmin steun voor de uitleg van het UWV. In het tweede lid wordt verwezen naar het bedrag aan transitievergoeding dat de werkgever op grond van artikel 7:673 BW verschuldigd zou zijn. Daaruit volgt dat bij de berekening van de maximale hoogte van de compensatie de duur van de arbeidsovereenkomst fictief wordt bekort door van een eerdere beëindigingsdatum uit te gaan, zijnde de datum waarop de termijn van twee jaar die geldt voor het opzegverbod wegens ziekte is verstreken. Ook in die context kan artikel 7:673e, tweede lid, BW slechts als maximeringsbepaling worden gelezen. De interpretatie zoals weergegeven onder 7.4.3 en 7.4.4 sluit aan bij het doel van de maximeringsbepaling zoals die uit de wetsgeschiedenis naar voren komt.
Conclusie
Uit wat onder 7.1. tot en met 7.5 is overwogen vloeit voort dat de werkgever in de situatie waarin een dienstverband ná 1 juli 2015 is geëindigd, maar waarbij de tweejaarstermijn van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte is verstreken vóór 1 juli 2015, aanspraak heeft op compensatie van de transitievergoeding die ziet op de periode tot de dag dat de termijn van twee jaar die geldt voor het opzegverbod wegens ziekte is verstreken. Hieruit volgt dat het UWV is uitgegaan van een onjuiste wetsuitleg van het tweede lid van artikel 7:673e BW. Het hoger beroep van het UWV slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.